'sleutel-slot' relaties

   

Home
Up
Footprints
Hemelvaart
Actief pluralisme
Holy ignorance
kerk, seks en huwelijk
euthanasie
(homo-)huwelijk
Vergeven
'sleutel-slot' relaties
Kierkegaard
het transcendente
notities over religie
Openbaring?
Leve de Mythe
Fundamentalisme
Michelle Martin
Zomaar wat

n.a.v. W. Zijlstra, op weg naar een nieuwe horizon

Hoewel geschreven met het oog op relaties tussen levenspartners is de op Jung geïnspireerde beschrijving van diverse 'sleutel-slot-relaties' ook van toepassing op pastorale relaties. Twee voorbeelden maken dat duidelijk. Een sleutel-slot-relatie is een interactie tussen twee personen waarbij de tegenstellingen (polariteit) zodanig is dat beide partners gevangen raken in een stroom gevoelens waaruit ze zelf haast niet meer kunnen ontsnappen. Essentieel - hierweggelaten, want te complex - aspect is dat Zijlstra met Jung veronderstelt dat elke 'zichtbare persoonlijkheid' ook een schaduw heeft (Anima-Animus) die vaak het schijnbaar tegenovergestelde begeert...

Afin: laten we het simpel houden. We nemen twee voorbeelden, waarbij de polariteit bijzonder sterk is (en dus de 'chemie') ook (de nummering is volgens de paragrafen van het boek van Zijlstra.

 

6.2. 'Sleutel- slot' -relaties tussen ongelijke polen

 

6.2.1. 'Sleutel- slot' -relaties tussen het te onafhankelijke en het te afhankelijke type

 

Er zijn verschillende graden en varianten in een dergelijke relatie. Wil men echter als onder een vergrootglas de dynamische mechanismen scherp zien, dan is de combinatie van het arrogant-wraakgierige type (A) met het zich volkomen prijsgevende type (B) daartoe het meest geschikt. (Gemakshalve zal ik A met 'hij', B met 'zij' aanduiden. Het kan uiteraard ook omgekeerd zijn). Het gedrag dat door de onbewuste bovenpool wordt bepaald, kan op de volgende formule gebracht worden:

A: 'Ik ben je god en jij moet mij aanbidden in onvoorwaardelijke devotie'.

B: 'Ik aanbid je en jij moet als een god voor mij zijn die al mijn behoeften vervult'.

De behoefte aan (bijna) volstrekte onafhankelijkheid bij A correspondeert met de behoefte aan (bijna) volstrekte afhankelijkheid bij B. Bovendien belichaamt B juist dat waar A zo bang voor is: van iemand zó afhankelijk te zijn. Door deze angst bij B 'uit te besteden' hoeft hij eigen angst niet onder ogen te zien. A belichaamt op zijn beurt juist dat waar B zo bang voor is: zó onafhankelijk te zijn, zó op eigen benen te moeten staan. Door deze angst bij A 'uit te besteden' kan zij haar eigen angst onbewust houden. Een ideale situatie! Wat wenst men zich nog meer in een partnerrelatie? Ze vormen 'een ideaal stel' waar anderen een voorbeeld aan kunnen nemen. En lange tijd kán er ook een harmonie zijn, en veel omstaanders zien soms met enige jaloezie hoe hecht dit stel is en hoe hevig hun gevoelens. Wat gaat er echter onherroepelijk gebeuren?

 

A raakt gevangen in zijn eigen geïdealiseerde zelfbeeld: een god te zijn die nooit faalt en zich nooit laat verleiden tot controleverlies. B eist ook dat A zich als zodanig gedraagt en werkelijk al haar behoeften altijd bevredigt. En juist dat irriteert A mateloos. Hij voelt zich voortdurend geclaimd, klem gereden en heimelijk beschuldigd, omdat hij - ook tot zijn eigen bittere teleurstelling- niet aan dat beeld beantwoordt. Zijn woede groeit totdat het tot een woedeuitbarsting komt, een woedeuitbarsting waartoe zij hem verleid heeft. A bespeurt in zichzelf een niet -te-onderdrukken sadistische behoefte om haar te kwetsen, pijn te doen, te vernederen. Hij zou haar van zich willen wegstoten, haar 'uit zich willen snijden', haar soms willen vermoorden. Maar, helaas, hij zit óók aan haar vastgeklonken door zijn diep verdrongen mateloze behoefte aan liefde en tederheid. Hij kán haar niet missen'

 

Ook B raakt in haar eigen onbewuste super-ego gevangen: zij móét immers de ideale vrouw en minnares zijn die zich totaal kan overgeven, nooit zich gekwetst voelt en altijd alles volkomen begrijpt. Want A eist nu ook dat zij zich als zodanig zal gedragen en ook werkelijk doet en geeft wat hij van haar vraagt: restloze overgave. En dat juist irriteert haar 'onderhuids' mateloos. Zij voelt zich voortdurend door hem geclaimd, klem gereden en openlijk beschuldigd, omdat zij - evenzeer tot haar eigen bittere teleurstelling - niet aan de eisen die zij zichzelf stelt, beantwoordt. Zij vindt bovendien dat hij haar door zijn gedrag verleidt tot bittere verwijten van wreedheid en onmenselijkheid. A roept in haar de niet-te-onderdrukken masochistische behoefte op een martelares te zijn, zich te laten pijnigen door hem. En juist deze houding roept bij hem weer nieuwe woede op en een nog sterkere behoefte om haar te vernederen. Anderzijds zit B óók aan hem vastgeklonken door haar diep verdrongen behoefte om hem te manipuleren en over hem te heersen. Ook al zou ze hem soms kunnen vergiftigen, zij kán hem niet missen! Vandaar het permanente circus van excessieve woedeuitbarstingen en excessieve verzoeningspogingen die zich monotoon herhalen, totdat de spanningen te hoog oplopen en een crisis onvermijdelijk is. Wanneer het in en door de crisis tot een bewustwordingsproces komt en ieder zijn eigen 'schaduw' onder ogen wil zien, is er een glimp van hoop.

Anders is er de dynamiek van de vicieuze cirkel (het 'stroomcircuit') waarbij de polen elkaar opladen... Wordt de spanning te groot, dan zal de vonk van de woede rechtstreeks tussen de bovenpolen van A en B overspringen (bijv. mishandeling). Dat geeft een tijdelijke ontlading, maar deze is inderdaad tijdelijk, want daarna herstelt zich het circuit en worden de polen opnieuw opgeladen.

 

 

6.2.2. De 'sleutel-slot' -relaties tussen het te vrije en te bepaalde type

 

Ook hier zijn er verschillende varianten en graden mogelijk, maar ook hier kan men de dynamiek het duidelijkst waarnemen aan de extreme combinatie van het narcistisch-ridderlijke type (A) en het zich-conformerende-onderworpen type (B). Het gedrag (de bovenpolen) wordt bepaald door de formule:

A: 'Ik ben je romantische ridder (of redder) en jij moet mij bewonderen, en tegelijk volstrekt vrijlaten'.

B: 'Jij bent mijn ridder en redder, vervult mijn dromen. Ik volg je restloos en jij zul al mijn dromen vervullen'.

B belichaamt voor A zijn verborgen angst 'maar een gewoon mannetje' te zijn. A belichaamt voor B haar verborgen angst een 'slet, een nietsnut' te zijn. Zij 'besteden' dus hun eigen angsten bij de ander 'uit' en kunnen deze zó onder controle houden. Opnieuw een schijnbaar ideaal evenwicht. Wat er gebeuren gaat kan men voorspellen: A wordt de gevangene van zijn eigen geïdealiseerde zelfbeeld, namelijk de ridderlijke 'grand-seigneur' die boven en onder de wet staat, want hij kan aan haar verwachtingen niet voldoen. Ook B raakt gevangen en wel in haar super-ego: zij móét een perfecte partner zijn voor haar (geïdealiseerde) ridder/redder, die aan al zijn verwachtingen beantwoordt en al zijn wensen tegemoet komt.

 

lees hier een uitgebreidere versie

This site was last updated
 februari, 2017