Leve de Mythe

   

Home
Up
Footprints
Hemelvaart
Actief pluralisme
Holy ignorance
kerk, seks en huwelijk
euthanasie
(homo-)huwelijk
Vergeven
'sleutel-slot' relaties
Kierkegaard
het transcendente
notities over religie
Openbaring?
Leve de Mythe
Fundamentalisme
Michelle Martin
Zomaar wat

Eerherstel voor de mythe
Open brief aan Professor Etienne Vermeersch

n.a.v. diens opiniestuk in DM van Stille Zaterdag 2012 over 'de blijvende betekenis van de christelijke mythe ook voor on-gelovigen'

zie ook het historisch artikel elders op deze site

 

Antwerpen, Paasochtend 2012

Beste professor Vermeersch,

Zeer vroeg op deze Paasmorgen – het is nog niet licht, maar de vogels beginnen al te zingen, dus lang kan het niet meer duren – heb ik de de krant van Stille Zaterdag er nog maar eens bij gepakt. Ik wilde uw opiniestuk over de historische Jezus en de blijvende betekenis van de christelijke ‘mythe’ ook voor ongelovigen nog eens lezen. In diezelfde periode was er ook discussie over een breder betekenisvol gebruik van historische en/of leegstaande kerkgebouwen (naar aanleiding van het verzoek van Wim Heynen om een seculiere uitvaart vanuit de Antwerpse kathedraal). Beide gedachtengangen lopen voor een deel parallel. Beide zijn bezig met de toekomst van het christelijke verhaal. Beide zoeken naar relevantie van delen daarvan, ook voor – laat ik voor het gemak zeggen – rand- en buitenkerkelijken. Een wat ongelukkige term, die voorlopig nog maar even moet dienen om het onderscheid aan te duiden tussen de gelovigen die momenteel de kerkelijke erfenis beheren en de rest van de mensheid, die meer met die erfenis heeft dan vele binnenkerkelijken waar willen hebben, en die dat soms zelf maar nauwelijks beseft. U wel.

U eindigt uw stuk met de oproep om verder door te denken over de vraag waarom een verhaal ook als dat blijkt een mythe te zijn (geboren uit een adembenemende cognitieve dissonantie), de mensen niet los laat. Ik wil een voorzet geven en wel deze: dat werkt, niet ondanks dat het een mythe is, maar juist omdat het een mythe is. Dat is ook het verwarrende in de terminologie rond Bultmann’s wetenschappelijk project: men noemt dat de ‘ontmythologisering’, maar eigenlijk doet hij twee dingen tegelijk: Enerzijds laat hij zien dat de wijze waarop het verhaal van Jezus wordt verteld niet door kan gaan voor een historisch relaas (hierop richtte zich indertijd de hoofdaandacht, hoewel dat eigenlijk al oud nieuws was), maar anderzijds toont hij aan dat de boodschap die gebracht wordt dan ook eigenlijk veel minder (tot niets) te maken heeft met het ‘aannemen van een aantal feiten’, maar met – om het in de taal van de tijd van Bultmann zelf te zeggen – existentiële zaken, met de conditon humaine, en hoe daarin wegen worden gewezen aan de mens.

Jammer is dat veel theologen indertijd onder verwijzing naar Bultmann de mythe uit het christelijke geloof hebben gepeld en vervolgens een sociaal, humaan project hebben overgehouden en dat dan de ‘kern van het christendom’ zijn gaan noemen. Deze theologen waren meestal zeer tijdbetrokken en bedoelden het goed. Ongewild zijn zij echter ook voor een deel verantwoordelijk voor de kaalslag in de liturgie en de bijbehorende spirituele armoede en stijlloosheid. Dat velen met deze ont-mythologisering niet gelukkig waren en zich daartegen hebben verzet, hoef ik u niet uit te leggen. U hebt die strijd van dichtbij meegemaakt. Waar het mij omgaat is dat in de stellingenoorlog die toen ontstond (tussen progressieve horizontalisten en conservatieve verticalisten zal ik maar zeggen) één groot slachtoffer is gevallen: de waarheid van het evangelie als mythe. Zij vond haast geen verdedigers, niet bij de horizontalisten (dat spreekt voor zich, zij ont-mythologiseerden), maar ook niet bij de verticalisten (die niet het mythisch karakter van de bijbel verdedigden, maar het supranaturalistische: en dat is evenzeer de doodssteek voor de kracht van de mythische waarheid als een ontmythologisering). Zelfs degenen die probeerden te bemiddelen en weigerden horizontaal en verticaal tegen elkaar uit te spelen, hadden hiervoor maar weinig oog, of misten de intellectuele kracht om te doorzien hoezeer hier de termen van de vraagstelling de weg naar betere antwoorden belemmerden.

Ik simplificeer, ongetwijfeld, maar ik doe dat om aandacht te vragen voor dat vergeten slachtoffer van de secularisatie in de kerk: de mythe. Zonder dat mythisch besef wordt godsdienst al snel een ‘set of beliefs’ gekoppeld aan een bepaalde ethiek. De grenzen van de Kerk worden dan ook scherp afgebakend en bewaakt. Vandaag nog meer dan vroeger, heb ik het gevoel. Een herwaardering van het mythische element in de godsdienst zou betekenen dat er een niet-te-bepalen element in de Kerk actief is, waardoor de grenzen die men vanuit het expliciete geloof en de leer trekt, overschreden worden. Op het mythische aspect reageert een mens niet met een verstandelijk beaming (of ontkenning), ook niet met een bepaald gedrag, maar met een bepaalde gevoel, ja ik vind zo gauw ook geen beter woord. Een mythe roept iets op, zoals muziek iets oproept. En ookal is het moeilijk uitspreekbaar en definieerbaar, het is wel reëel, dat existentiële gevoel van op iets wezenlijks betrokken te zijn. Paul Tillich aarzelde niet om dit diep menselijke verschijnsel het eigenlijke ‘geloof’ te noemen: the act of ultimate concern. En hij bedoelt hiermee een levenshouding die positief betrokken is op de gehele werkelijkheid van het leven. Bij Kafka vond ik dit gebruik van de term geloof ook. Men vindt het verspreid in zijn Betrachtungen, bijv. – uit het hoofd geciteerd - : Man kann doch nicht nicht glauben. In dit dubbele niet zit het geheim en wonderlijke kracht van het geloof. De oude kerk onderscheidde ook niet voor niets fides qua en fides quae. Het is de fides qua die binnenkerkelijke gelovigen draagt (ookal zullen ze zelf verwijzen naar elementen van de fides quae, de ‘set of beliefs’). En waar het u en mij nu om gaat – als ik u goed begrijp – is dat wij sterker dan vroeger beseffen dat dit ‘geloof’ geen exclusief binnenkerkelijk goed is, maar een menselijke wezenstrek. Rand- en buitenkerkelijken kennen het ook, maar zullen het niet gauw zo benoemen. Vanuit dit geloof is de Mattheuspassie geschreven en kan zij dan ook door ieder mens met gevoel voor muziek worden beleefd.

Geachte professor, inmddels is het licht doorgebroken en het concert van de vogels overweldigend.  Tijd dus om deze brief te beëindigen en u mijn welgemeende Paasgroeten over te brengen.

Dick Wursten

 

This site was last updated
 Sunday, 19 February 2017