Paul Gerhardt
   
Home
Up
Hymnen
Psalm 121
Gezang 125
Gezang 157
Gezang 170
Gezang 185
gezang 186
Gezang 221
Gezang 313
Gezang 429
Paul Gerhardt

De eeuwige ballade van het goede einde...

Paul Gerhardt, 400 jaar geleden geboren (2007)

 

 

“O Haupt voll Blut und Wunden”: wie kent het niet? “Beveel gerust uw wegen… Die wolken lucht en winden, wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden, waarlangs uw voet kan gaan.”: hoeveel mensen hebben uit dit lied niet de kracht geput om na te zijn vastgelopen, toch maar weer door te gaan. Het zijn beide liederen van Paul Gerhardt, die 400 jaar geleden werd geboren en in Duitsland al aan z’n derde postzegel toe is… Wie was Paul Gerhardt en wat maakt zijn liederen zo bijzonder ?
 

 

Paul Gerhardt, korte biografie

Op 7 maart 1607 geboren in het oosten van Duitsland, heeft hij als student eerst in Wittenberg en later als huisleraard (vanaf 1643) in Berlijn geleefd. Hij heeft dus de grote godsdienstoorlog meegemaakt, die Duitsland van 1618 tot 1648 heeft geteisterd en sociaal-economisch aan de rand van de afgrond heeft gebracht, om van menselijke drama’s nog maar te zwijgen. Na een eerste ambtsperiode in Mittenwalde (ten zuiden van Berlijn), keert hij in 1657 terug naar Berlijn om predikant te worden van de Nikolaikerk. Als hij in een theologisch conflict met calvinisten weigert de compromistekst, die de keurvorst had opgesteld, te ondertekenen (1666), wordt hij uit z’n ambt gezet. Een enorme protestactie (inclusief een petitie van de gewone kerkgangers voor ‘hun Pfarrer’) volgt. De ondertekeningsplicht wordt vervangen door een mondelinge belofte. Gerhardt laat de keurvorst weten dat dat voor zijn geweten geen verschil maakt. Hierop verklaart de keurvorst de predikantsplaats vacant. Het kerkbestuur doet echter geen moeite om een opvolger te vinden, zodat hij pas in 1668 Berlijn verlaten moet en predikant wordt in Lübben (Kursachsen), waar hij op 26 mei 1676 overlijdt. Van zijn 4 kinderen overleeft hem slechts één zoon. De laatste 10 jaar was hij weduwnaar en heeft hij geen liederen meer geschreven.

 

De lieddichter

Paul Gerhardt heeft zelf nooit één gedicht gepubliceerd. Hij was dan ook geen dichter, maar een “dienaar des Woords”, ook als hij dichtte. In 1647 – dat is: ruim voor hij tot predikant werd geordineerd – wordt de dertigjarige Gerhardt in één klap beroemd als lieddichter. Johann Crüger, toonaangevend kerkmusicus en cantor-organist van de Nikolai-kirche te Berlijn, neemt namelijk achttien liedteksten van Gerhardt op in een herdruk van zijn populaire gezangboek: Praxis Pietatis Melica – Das ist Übung der Gottseligkeit in christlichen und trostreichen Gesängen. Bij de 5de druk (1653) is het aantal liederen van Gerhardt al opgelopen tot 82. Crügers opvolger, Johann Georg Ebeling, zet de traditie om Gerhardt’s liederen uit te geven voort. In 1666 (het jaar van het conflict) begint hij zelfs met de publicatie van Pauli Gerhardi Geistliche Andachten, een reeks die tot 1667 doorloopt en uiteindelijk 120 vierstemmige zettingen bevat aangevuld met 2 vioolstemmen en een generale bas (voor huiselijk gebruik). Elke deeltje is opgedragen aan een voorname Berlijnse familie. De keurvorst zal het signaal wel begrepen hebben.

 

Gerhardts nalatenschap

“Wat mijn aardse goederen betreft, laat ik aan mijn enige zoon slechts weinig na… ” (Paul Gerhardt in zijn testament). Dat moge waar zijn, maar zijn nalatenschap aan de mensheid is van onschatbare waarde: 139 gedichten, waaronder 128 liederen. Vanaf de publicatie van de allereerste in het midden van de 17de eeuw hebben ze de harten van gelovigen wereldwijd veroverd en ondanks forse kritiek op de inhoud staan er nog steeds 13 in het Liedboek voor de Kerken.[1] Wat sprak (spreekt) de mensen zo aan in zijn teksten? Ik vermoed dat men in deze liederen woorden hoorde die het verdriet en de vreugde die bij het leven horen, zo uitdrukken dat God er bij betrokken raakt. En dat biedt perspectief.

 

Vreugde en dank

In vreugde wordt het aardse leven door deze liederen boven zichzelf uitgetild tot het doorzichtig wordt tot op het hemelse. Exemplarisch is deze jubel te horen in het in Duitsland zeer geliefde lied “Ga uit, o mens, en zoek uw vreugd / nu in de lente zich verheugt / al wat er leeft op aarde.” (Zingen wij het wel eens ?), gezang 426, Het vijfde couplet:     

God heeft zijn schepping goedgedaan, -

hoe zou ik zelf dan buitenstaan ?

Hij heeft de dood verdreven.

En ik zing mee, nu alles zingt,

het lied dat overal weerklinkt,

de lofzang om het leven.

 

Existentiële pijn

Maar ook die andere existentiële zaken zijn prominent aanwezig in zijn liederen: angst, pijn, duisternis. Maar hij verbindt ze ook met God, en dan leidt de conditon humaine niet tot vertwijfeling: “Wel kan zijn hulp vertragen”; Het kan lijken alsof “God zich voorgoed heeft afgewend”, maar uiteindelijk is dat niet zo. God zal redden, is het niet in dit leven, dan in het volgende. Een sterk Christusgeloof is van dit voorzienigheidsgeloof grond en kern. Zo strijdt Gerhardt tegen ‘het niets’ en schrijft hij schurend tegen de wanhoop. Blijkbaar herkennen veel mensen (en niet de minste: Dietrich Bonhoeffer, Jochen Klepper) zich in de manier waarop hij het zegt èn niet te vergeten: de wijze waarop Crüger en Ebeling zijn woorden hebben getoonzet. Wie ze goed leest, die hoort trouwens overal de bijbel meeklinken. Zijn liederen zijn antwoorden op het Woord doordat ze proberen het Woord met het leven, het geleefde leven, te verbinden. Wist u bijv. dat het lied “Beveel gerust uw wegen” eigenlijk een doorgedreven meditatie is op één bijbeltekst: ps. 37, 5 (“Wentel uw weg op de HERE en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken.”). Zet de eerste woorden van elk couplet maar eens na elkaar (in het Duits) en u zult zien wat ik bedoel.

 

Achterhaald geloof ?

Gerhardt kent geen theodicee-probleem, lijkt het wel. Zijn geloofsvertrouwen is onschokbaar. Wat er ook gebeurt: “God zal wel wegen vinden, waarlangs uw voet kan gaan”. Daar kwam natuurlijk kritiek op. En snel. Bach had z’n Matthäuspassie nog niet af, of de “Verlichting” begon zich er al mee (of beter: tegen) te bemoeien. Zo simpel kun je het toch allemaal niet stellen. Daar kun je bij de moderne mondige mens niet meer bij aankomen. Gerhardts teksten werden veranderd (verbeterd noemde men het). Bij de invoering van de verbeterde gezangboeken protesteerde het gewone kerkvolk zo hevig dat Frederik de Grote afzag van een verplichte invoering. De verlichte vorst, die het zo goed voorhad met zijn volk moet gezegd hebben: “Ieder mag van mij geloven wat hij wil, als hij zich maar gedraagt. Wat de gezangen betreft, staat het ieder vrij om te om ‘Nun ruhen alle Wälder oder dergleichen dummes und törichtes Zeug’ te zingen. Veelzeggend is dan juist het getuigenis van Matthias Claudius (gezang 391), die de oude kerkliederen prijst boven de nieuwe, omdat ze “beproefd zijn” en daarom “betrouwbaar” klinken. Ze hebben “draagkracht”. Als je ze zingt zijn ze als “vleugels die je even uittillen boven dit aardse tranendal”. Gerhardts liederen slagen er blijkbaar in om datgene waarvan ze spreken in geloofswerkelijkheid om te zetten, terwijl je ze zingt. Geen geringe prestatie voor een “dienaar des Woords” om zo te hebben meegezongen in de eeuwige ballade van het goede einde.

 

Dick Wursten

 

voor een theologisch artikel (nieuw venster) klik hier

 

 

Noot:

Een speciale website werd door de EKD aan Paul Gerhardt gewijd: //paul-gerhardt-jahr.de  Daar vindt u alles wat uw hart begeert inclusief een muziekboek (pdf) met eenvoudige 3-stemmige bewerkingen van zijn meest bekende liederen [in het linkermenu: "Musik" en dan in de body-text "Chorsätze und -motetten"]. Het zij duidelijk, dat ik niet enkel de titel van dit artikel daaraan heb ontleend.  

 


 


[1]  gez. 20, 90, 117, 141, 144, 183, 187, 193, 214, 377, 425, 426 en 427