Het Comma Johanneum in de Antwerpse Polyglot

Stand van het onderzoek: 16 oktober 2026

Het Comma Johanneum is de bekendste omstreden tekstplaats van het Nieuwe Testament: een zin over drie getuigen in de hemel, de Vader, het Woord en de heilige Geest, in 1 Johannes 5:7-8. Deze pagina gaat na hoe de Antwerpse Polyglot (1568–1572) met die zin omging: wie er wat mee deed, en met welke bronnen.

Waar het om gaat

De tekst

In de Griekse handschriften spreekt Johannes van drie getuigen: de Geest, het water en het bloed. De Latijnse Bijbel (de Vulgaat) heeft daarvóór een tweede drietal, in de hemel. Dat stuk heet het Comma Johanneum (“het zinsdeel van Johannes”). De versnummering moet u wegdenken, want is niet origineel. Zij dient enkel ter referentie

Zonder Comma (de Griekse handschriften)
eigen vertaling
Met Comma (de Latijnse Vulgaat)
7 Want drie zijn er die getuigen: 7 Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de heilige Geest; en deze drie zijn één.
8 de Geest, het water en het bloed; en die drie zijn het eens. 8 En drie zijn er die getuigen op aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één.

Het Comma is vet gezet. Het loopt van in de hemel tot en met op aarde. De injectie van de “eenheidsformule” vanuit vers 8 in het comma, maakt dit tot een sterke liturgische tekst (hoor Monteverdi's duo seraphim) staat onder druk in een deel van de Latijnse traditie. Daarover ging de middeleeuwse discussie die in de Complutensis z'n sporen heeft nagelaten (zie verderop), inclusief een lange marginale noot.

Herkomst in het kort:

Het algemene verhaal, met afbeeldingen van diverse manuscripten in Het comma Johanneum.

De twee polyglotten

Een polyglot is een Bijbel met de tekst in meerdere talen naast elkaar, in kolommen, bedoeld voor geleerden.

Who's who on this page

Persoon Rol op deze pagina
Diego López de Zúñiga (Stunica) Een van de redacteuren van het Nieuwe Testament van de Complutensis; verdedigde het Comma tegen Erasmus
Erasmus Gaf in 1516 de eerste in de handel gebrachte Griekse tekst uit, zonder Comma; nam het in 1522 op
Robert Estienne (Stephanus) Parijse drukker; zijn uitgave van 1550 geeft in de marge varianten uit Griekse handschriften
Benito Arias Montano Hoofdredacteur van de Antwerpse Polyglot; verantwoordelijk voor het interlineaire deel (denk ik)
Willem Canter Stelde voor de Antwerpse Polyglot de lijst met Griekse varianten samen, zowel voor het OT (Griekse tekst van de LXX) als het NT (tekst van de Complutensis).
Leuvense theologen; Johannes Harlemius Stelden de lijst met Latijnse varianten samen; Harlemius (Jan Willem van Haarlem) schreef hiervoor het voorwoord.

Enkele begrippen

In het kort

Anders dan bij het slot van de Apocalyps, is er geen zuivere Griekse druk waartegen een afwijking afsteekt; Erasmus en Estienne zijn voor de tekst van de Polyglot in deel V niet van belang. Voor Canters variantenlijst is Estienne wel bepalend (zie Canter).

Excurs: Als de discussie niet over het comma ging, waar ging die dan wel over?

De twijfel betreft sinds de dertiende eeuw vers 8 en niet (de toevoeging aan) vers 7 (NB: de nummering is van Estienne, en heeft het comma dus netjes meegenomen. Bij weglating van het comma valt pas op hoe kort vers 7 is, dan wel onbestaand).

Bron Wat er staat Nagegaan aan
Vierde Lateraans Concilie (1215), constitutie 2 Joachim van Fiorie beroept zich op 1 Johannes 5 : Quoniam in canonica Ioannis Epistola legitur, Quia tres sunt qui testimonium dant in cælo Pater & Verbum et Spiritus et hi tres unum sunt statimque subjungitur, et tres sunt qui testimonium dant in terra spiritus aqua et sanguis et tres unum sunt sicut in codicibus quibusdam invenitur. de tekst zoals Newton hem aanhaalt
Thomas van Aquino, Expositio super secundam Decretalem et hi tres unum sunt bij vers 7 duidt op de eenheid van wezen. Bij vers 8 staat het “in sommige boeken”, maar in veris exemplaribus non habetur: het zou door Arianen zijn toegevoegd. Over vers 7 (het comma zelf) is er geen twijfel. Corpus Thomisticum
Complutensis 1514 Drukt Thomas’ woorden als marginale noot; laat de formule in vers 8 weg in het Grieks. Ze blijft echter staan in het Latijn. facsimile
Antwerpen, deel V en interlineair deel Zelfde Grieks; de formule van vers 8 in de Latijnse marge; geen noot facsimile

Stunica: waar komt het Griekse vers 7 vandaan?

Het debat tussen Stunica en Erasmus over het Comma zelf speelt buiten de polyglotten, maar raakt de Complutensis rechtstreeks, omdat Stunica een van haar editors was.

Stunica’s tekst van 1520 heb ik niet gezien. Bovenstaande berust op latere transcripties en op Erasmus’ antwoord. Het is na te lezen in De Jonges editie van de Apologia (ASD IX-2).

De teksten: Complutensis en Antwerpen

Antwerpen volgt het Grieks van de Complutensis in 1 Johannes 5:6–10 woord voor woord, laat de noot weg en zet - conform haar editorial principles - de formule van vers 8 netjes in de Latijnse marge.

ὅτι τρεῖς εἰσιν οἱ μαρτυροῦντες ἐν τῷ οὐρανῷ, ὁ πατήρ, καὶ ὁ λόγος, καὶ τὸ ἅγιον πνεῦμα· καὶ οἱ τρεῖς εἰς τὸ ἕν εἰσι. καὶ τρεῖς εἰσιν οἱ μαρτυροῦντες ἐπὶ τῆς γῆς, τὸ πνεῦμα, καὶ τὸ ὕδωρ, καὶ τὸ αἷμα.

Complutensis: 1 Johannes 5:1-8 in Grieks en Latijn, met de marginale noot naar Thomas van Aquino
Complutensische Polyglot (gedrukt 1514), 1 Johannes 5:1–8. Linksonder en over de volle breedte de noot naar Thomas: Sanctus Thomas in expositione secunde decretalis …
Complutensis: 1 Johannes 5:8-15 in Grieks en Latijn
Vervolg op de volgende pagina: vers 8 eindigt in het Latijn op aqua & sanguis, zonder eenheidsformule.

Complutensis 1514 Antwerpen, deel V
Grieks vers 7 als hierboven gelijk
Grieks vers 8 zonder eenheidsformule gelijk
Vulgaat vers 7 pater, verbum, et spiritus sanctus, & hi tres unum sunt; dant in caelo gelijk
Vulgaat vers 8 eindigt op aqua & sanguis eindigt op sanguis.†, met & hi tres unum sunt in de marge
Vulgaat vers 12 Qui habet filium dei Qui habet filium, met Dei in de marge
Noot de woorden van Thomas, in de marge geen
Syrisch geen Syrische kolom Deest 7. versus; vers 8 met & hi tres in uno sunt
Antwerpse Polyglot deel V: de opening met 1 Johannes 5 in Syrisch, Latijn en Grieks
Antwerpse Polyglot, deel V (1571): links het Syrisch met Latijnse vertaling (Deest 7. versus), rechts de Vulgaat en het Grieks. click to enlarge.

Het interlineaire deel

Het interlineaire deel (p. 177) heeft dezelfde Griekse tekst. Montano’s Latijn tussen de regels volgt het Grieks woord voor woord; de marge geeft waar de Vulgaat anders formuleert, anders leest of meer heeft. Een Griekse variant geeft het niet. Het Grieks in de marge is de grondvorm' van het werkwoord.

Antwerpse Polyglot, interlineair deel: 1 Johannes 5:6-10 met de Latijnse marge
Antwerpse Polyglot, interlineair Nieuw Testament (1572), p. 177. In de marge bij vers 8: & hi tres, unum sunt.
Vers Interlineair Latijn Marge (Vulgaat) Grieks
6 ille testans qui testificatur τὸ μαρτυροῦν
6 Spiritus est veritas Christus τὸ πνεῦμα
7 illi testantes qui testimonium dant οἱ μαρτυροῦντες
7 & tres in unum sunt hi οἱ τρεῖς εἰς τὸ ἕν εἰσι
8 illi testantes qui testimonium dant οἱ μαρτυροῦντες
8 (niets, na sanguis) & hi tres, unum sunt (niets)
10 habet testimonium in se Dei ἔχει τὴν μαρτυρίαν ἐν αὑτῷ
10 Non credens Deo Qui non credit Filio ὁ μὴ πιστεύων τῷ θεῷ

De Latijnse varianten in het apparaat (Leuven)

In het apparaat (deel VIII) staat een boekje met varianten van de Vulgaat, verzameld uit handschriften door Leuvense theologen. Het voorwoord van Johannes Harlemius staat aan het begin van het geheel; het deel over het Nieuwe Testament heeft een eigen inleiding. Wat het voorwoord van Harlemius zegt

Titelpagina en voorwoord van Harlemius bij de Latijnse varianten in de Antwerpse Polyglot
Variae lectiones in Latinis Bibliis editionis Vulgatae … Opera & industria aliquot Theologorum in Academia Louaniensi, met de Praefatio Iohan. Harlemii en de verklaring van de tekens.

De tekenverklaring is beslissend voor het Comma:

Teken Latijn Betekenis
Ms. lectionem diuersam à lectione textus impressi in his Bibliis regiis, petitam tamen ex aliquo vel aliquibus vetustis editionis vulgatae codicibus manuscriptis een lezing die afwijkt van de gedrukte tekst van de Polyglot, ontleend aan een of meer oude Vulgaathandschriften
G. textum Graecum in iisdem Bibliis positum de Griekse tekst van de Polyglot zelf
S. lectionem Syriacam noui testamenti eorundem Bibliorum de Syrische tekst van de Polyglot zelf

Verder: H. (Hebreeuwse tekst) en C. (Chaldeeuwse = Aramese parafrase) voor het Oude Testament. Woorden waarin de codices verschillen zijn in een andere letter gezet (alio genere characteris). Vermoede kopiistenfouten zonder steun in een handschrift staan apart, achter de varianten.

De inleiding bij het Nieuwe Testament

Inleiding Lectori bij de Latijnse varianten van het Nieuwe Testament
Variae lectiones in Novo Testamento ad textum Graecum et Syriacum expensae. Lectori.

“Het [Latijnse] Nieuwe Testament van deze Koninklijke Bijbel kent vele varianten, die in de marge naast de Vulgaat zijn genoteerd. Wanneer wij die voor juister hielden (veriores), hebben wij ze ook in deze lijst opgenomen. Vindt u er sommige, zoals de meeste, niet in, dan komt dat doordat de lezing in de tekst zelf dichter bij de Griekse of Syrische tekst staat (propius accedat ad textum Graecum aut Syriacum) dan die in de marge. Want u zult vrijwel overal zien dat de minder goedgekeurde lezing naar de marge is verwezen.”

De notitie bij 1 Johannes 5:7

De lijst van Latijnse varianten bij 1 Johannes 5 in het apparaat van de Antwerpse Polyglot
Antwerpse Polyglot, apparaat: de Latijnse varianten bij 1 Johannes 5.

7 Testimonium dant caelo. MS. pro, dant in caelo, sicut G. tamen habent. S. hunc versum non habent.

Onderdeel Betekenis
Testimonium dant caelo. De handschriftlezing:  "Testimonium dant caelo" (zonder in)
MS. pro, dant in caelo Een of meer Latijnse handschriften hebben in plaats van (pro) die tekst "dant in caelo". Het afwijkende in staat cursief. 
sicut G. tamen habent Zo (d.w.z. met in (ἐν τῷ οὐρανῷ), heeft het Grieks het echter wel. Dat steunt de gedrukte tekst.
S. hunc versum non habent Het Syrisch heeft het hele vers niet.

De overige notities in het hoofdstuk (vers 13, 15, 16) betreffen tijd en getal: scripsi/scribo, postulavimus/postulamus, petet/petat.

Wat dit betekent

Canter (de intern Griekse vergelijking)

Canters verantwoording in de lijst met variae lectiones zegt dat hij een Grieks exemplaar van de gangbare editie gebruikte, “dat onder meer ook met de Complutensische codex was vergeleken” (vulgatae editionis exemplari Graeco … quod etiam cum Complutensi codice inter alios fuerat collatum). Dat is Stephanus 1550 met zijn eigen apparaat, waarin α de Complutensis is. Bij Handelingen 16 en Apocalyps 22 staat alles wat Canter geeft in Estiennes marge (zie ook Canters praefatio en Ad lectorem). Zijn lemmata zijn dus varianten tegenover Estiennes tekst, niet tegenover die van de Polyglot.

Ook hier heeft Canter dus de marge van Stephanus 1550 (deel 2, p. 167–168) gezien. Van de vijftien noten die daar in 1 Johannes 5 staan, neemt hij er acht over. Beide noten bij vers 7 laat hij weg. Opnieuw: Al zijn varianten staan in Estiennes marge, in dezelfde vorm en volgorde; een lezing die daar niet staat, heeft hij niet. Sigla geeft hij niet.

Canters variantenlijst bij 1 Johannes 5
Canters lijst, 1 Johannes 5: lezingen bij vers 5, 6, 10, 12, 20 en 21; geen bij vers 7 of 8.
Vers Canter Stephanus 1550, marge Sigla Pagina
5 τίς δέ ἐστιν τίς δέ ἐστιν ε, ι 167
6 ὕδατος καὶ πνεύματος καὶ πνεύματος, bij ὕδατος δ, ε, ι 167
6 ἀλλὰ καὶ ἐν τῷ πνεύματι ἀλλὰ καὶ ἐν τῷ πνεύματι ε, ια 167
10 τὴν μαρτυρίαν τοῦ θεοῦ τοῦ θεοῦ, bij τὴν μαρτυρίαν δ, ε, ια 167
10 πιστεύων τῷ υἱῷ τῷ υἱῷ δ, ια 167
12 τὸν υἱὸν τοῦ θεοῦ τοῦ θεοῦ ια 167
20 ἀληθινὸν θεόν θεόν, bij τὸν ἀληθινόν δ, ε, ι, ια 168
21 τεκνία μου μου, bij τεκνία ια 168
Stephanus 1550: 1 Johannes 5 met varianten in de linkermarge
Robert Estienne, Novum Testamentum (Parijs 1550), deel 2, p. 167. In de linkermarge bij vers 7 het weglatingsteken met zeven sigla en daaronder εἰς τό. α. Bron: gallica.bnf.fr / Bibliothèque nationale de France. De sigla zijn nagelezen op een tweede exemplaar in hogere resolutie; de latere handgeschreven collatie in dat exemplaar is buiten beschouwing gelaten.
Stephanus 1550: slot van 1 Johannes 5 met varianten in de rechtermarge
Stephanus 1550, deel 2, p. 168: 1 Johannes 5:18–21. In de rechtermarge vier noten, bij vers 20 (2×) en 21 (2×).
Vers Tekst Stephanus 1550 Marge 1550 (sigla) Bij Canter
4 πᾶν τὸ γεγεννημένον πᾶς ὁ γεγεννημένος (δ) nee
5 τίς ἐστιν δέ ἐστιν (ε, ι) τίς δέ ἐστιν
6 δι' ὕδατος καὶ αἵματος καὶ πνεύματος, toevoeging na ὕδατος (δ, ε, ι) ὕδατος καὶ πνεύματος
6 ἀλλ' ἐν τῷ ὕδατι καὶ τῷ αἵματι ἀλλὰ καὶ ἐν τῷ πνεύματι (ε, ια) ἀλλὰ καὶ ἐν τῷ πνεύματι
7 ἐν τῷ οὐρανῷ weglatingsteken (δ, ε, ζ, θ, ι, ια, ιγ); gedrukt om ἐν τῷ οὐρανῷ, bedoeld is het hele Comma* nee
7 οὗτοι οἱ τρεῖς ἕν εἰσι εἰς τό, toevoeging vóór ἕν (α) nee
9 ἣν μεμαρτύρηκε ὅτι (δ, ε) nee
10 τὴν μαρτυρίαν ἐν ἑαυτῷ τοῦ θεοῦ, toevoeging (δ, ε, ια) τὴν μαρτυρίαν τοῦ θεοῦ
10 ὁ μὴ πιστεύων τῷ θεῷ τῷ υἱῷ (δ, ια) πιστεύων τῷ υἱῷ
12 ὁ ἔχων τὸν υἱόν τοῦ θεοῦ, toevoeging (ια) τὸν υἱὸν τοῦ θεοῦ
13 ὑμῖν τοῖς πιστεύουσιν … ὑμῖν, ἵνα εἰδῆτε ὅτι ζωὴν ἔχετε αἰώνιον οἱ πιστεύοντες εἰς τό (δ, ε) nee
20 οἴδαμεν δέ καὶ οἴδαμεν (δ, ι of ια; onzeker) nee
20 τὸν ἀληθινόν θεόν, toevoeging (δ, ε, ι, ια) ἀληθινὸν θεόν
21 τεκνία μου, toevoeging (ια) τεκνία μου
21 φυλάξατε ἑαυτούς ἑαυτά (ι, ια; onzeker) nee

De sigla op p. 167–168

Identificaties volgens Elliott (2009), tabel 1. In zijn notatie staat e voor de evangeliën, a voor Handelingen met de katholieke brieven en p voor Paulus. De onzeker gelezen sigla bij καὶ οἴδαμεν en ἑαυτά (vers 20 en 21) zijn in de laatste kolom niet meegeteld.

Siglum Inhoud Handschrift (GA) Bibliotheek In 1 Johannes 5
α′ — Complutensis — vers 7 (εἰς τό)
δ′ eap 5 Paris gr 106 vers 4, 6, 7, 9, 10 (2×), 13, 20
ε′ eap 6 Paris gr 112 vers 5, 6 (2×), 7, 9, 10, 13, 20
ζ′ e 8 (alleen evangeliën) Paris gr 49 vers 7
θ′ eap 38 Paris Coislin 200 vers 7
ι′ ap 2298 Paris gr 102 vers 5, 6, 7, 20
ια′ ap verloren (8a 10p) — vers 6, 7, 10 (2×), 12, 20, 21
ιγ′ ap 398 Cambridge UL Kk 6.4 vers 7

Wat Canter ermee doet

Erasmus en Estienne: secundair voor de tekst

Estiennes tekst heeft het Comma in een andere Griekse vorm dan de Polyglot. Twee vormen naast elkaar wijzen op twee afzonderlijke terugvertalingen uit het Latijn, niet op een Griekse overlevering.


Antwerpen (naar de Complutensis) Stephanus 1550
Hemelse getuigen ὁ πατήρ, καὶ ὁ λόγος, καὶ τὸ ἅγιον πνεῦμα ὁ πατήρ, ὁ λόγος, καὶ τὸ ἅγιον πνεῦμα
Formule in vers 7 καὶ οἱ τρεῖς εἰς τὸ ἕν εἰσι καὶ οὗτοι οἱ τρεῖς ἕν εἰσι
Plaats in vers 8 ἐπὶ τῆς γῆς ἐν τῇ γῇ
Formule in vers 8 ontbreekt καὶ οἱ τρεῖς εἰς τὸ ἕν εἰσι

Opmerking: Estiennes collatie is hier onvolledig. Zijn marge noteert van de Complutensische vorm alleen εἰς τό als variant. Het weglatingsteken rond het comma omsluit in de druk alleen ἐν τῷ οὐρανῷ; letterlijk zegt de noot dus dat zeven handschriften alleen die drie woorden missen. Bedoeld is het hele Comma.

Van de zeven handschriften bij het weglatingsteken zijn er zes geïdentificeerd (zie de sigla op p. 167–168). In de vijf die nog bestaan, GA 5 (δ′), 6 (ε′), 38 (θ′), 2298 (ι′) en 398 (ιγ′), ontbreekt het hele Comma, van ἐν τῷ οὐρανῷ tot en met ἐν τῇ γῇ; ια′ is verloren. Het zevende, ζ′, is niet zeker geïdentificeerd. Het teken sluit in de druk dus te vroeg. Dat was de twistvraag tussen Travis en Porson/Marsh (jaren 1790).

Wat nog openstaat

Bronnen