Het slot van de Apocalyps (22:16–21): wat Erasmus deed, en hoe het (niet) werd rechtgezet
Erasmus vertaalde het slot van de Apocalyps in 1516 uit het Latijn terug naar het Grieks (hij moest wel, want hij had hiervan geen Griekse brontekst). Via Estienne is die tekst deels de gangbare geworden ('textus receptus' zowaar). Tussen 1516 en de uitgave van Estienne (later overgenomen door Beza) is zij enkel grammaticaal naar de Complutensis bijgewerkt: de vertaalkeuzes vanuit het Latijn naar het Grieks, die Erasmus heeft gemaakt (i.c. ὀρθρινός, συμμαρτυροῦμαι γάρ, βίβλου, ὑμῶν) zijn daardoor in de Griekse edities blijven staan, en tot 'lezingen' geworden.
De Complutensis had hier geen last van, want die volgde gewoon de beschikbare Griekse handschriften (en was ook al eerder klaar dan Erasmus – later gepublieerd dat wel). Wat de Antwerpse Polyglot met deze plaats deed, en wat Willem Canter in zijn variantenlijst opnam, staat op een aparte pagina: Apocalyps 22 in de Antwerpse Polyglot.
Deze pagina legt de drukken naast elkaar, vers voor vers, aan de hand van de facsimile’s.
De aanleiding
Voor de Apocalyps had Erasmus in 1516 één Grieks handschrift (van Reuchlin geleend). Dat was materieel in slechte staat (dus slecht leesbaar, vandaar veel giswerk, 'invulwerk'), en heel lastig: daarin ontbrak het slot. Erasmus vulde dit aan vanuit het Latijn (en wat hij aan fragment-citaten in Valla's Annotationes had gevonden - open vraag voor mij). Hij zegt dat ook gewoon in zijn toelichting: ex latinis adiecimus. Zijn Griekse tekst staat in de eerste druk naast het Latijn vanwaaruit het is gemaakt, en volgt dat Latijn woord voor woord: libro wordt βίβλου, cum omnibus vobis wordt μετὰ πάντων ὑμῶν.
De tekst, druk voor druk
Zeven plaatsen veranderen tussen 1516 en 1550. Complutensis/Antwerpse Polyglot zijn op alle vergeleken plaatsen gelijk.
| Vers | Erasmus 1516 | Erasmus 1519 | Erasmus 1527 = Estienne 1546 | Stephanus 1550 = Beza 1598 | Complutensis 1514 = Antwerpen |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 | εἰμι ῥίζα | εἰμι ῥίζα | εἰμι ἡ ῥίζα | εἰμι ἡ ῥίζα | εἰμι ἡ ῥίζα |
| 16 | ὁ ἀστὴρ λαμπρός | ὁ ἀστὴρ λαμπρός | ὁ ἀστὴρ ὁ λαμπρός | ὁ ἀστὴρ ὁ λαμπρός | ὁ ἀστὴρ ὁ λαμπρός |
| 18 | προφητείας βιβλίου | προφητείας βιβλίου | προφητείας βιβλίου | τῆς προφητείας τοῦ βιβλίου | τῆς προφητείας τοῦ βιβλίου |
| 18, 19 | εἴ τις | εἴτις | ἐὰν εἴ τις | ἐάν τις | ἐάν τις |
| 19 | ἀφαιρήσει | ἀφελεῖ | ἀφαιρήσει | ἀφαιρήσει | ἀφέλοι |
| 19 | ἀπὸ βίβλου ζωῆς | ἀπὸ βίβλου ζωῆς | ἀπὸ βίβλου τῆς ζωῆς | ἀπὸ βίβλου τῆς ζωῆς | ἀπὸ τοῦ ξύλου τῆς ζωῆς |
| 19 | καὶ πόλεως ἁγίας | καὶ πόλεως ἁγίας | καὶ ἐκ τῆς πόλεως ἁγίας | καὶ ἐκ τῆς πόλεως τῆς ἁγίας | καὶ ἐκ τῆς πόλεως τῆς ἁγίας |
- 1519 verbetert één woord (ἀφελεῖ); in 1527 staat echter weer ἀφαιρήσει.
- 1527 begint de aanpassing naar de Complutensis versie, echter maar partieel, ook letterlijk: ἐάν komt erbij zonder dat εἴ verdwijnt, ἐκ τῆς zonder het tweede τῆς. Estienne/Stephanus in zijn Grieks NT van 1546 drukt dit woordelijk na.
- Estienne/Stephanus 1550 (de 'bible royal') voltooit de grammaticale correcties, maar laat de Latijnse varianten (die Erasmus naar het Grieks had vertaald) staan. Wel geeft hij in deze uitgave de lezingen van de Complutensis in de marge (siglum α); zie hieronder.
- 1522 en 1549 zijn niet gezien; waar hier 1527 of 1550 staat, kan de wijziging één druk ouder zijn.
Twaalf plaatsen blijven van 1516 tot Beza gelijk en wijken alle af van de Complutensis:
| Vers | Erasmus tot en met Beza (textus receptus) | Complutensis = Antwerpen |
|---|---|---|
| 16 | καὶ ὀρθρινός | ὁ πρωϊνός |
| 17 | ἐλθέ … ἐλθέ … ἐλθέτω | ἔρχου … ἔρχου … ἐρχέσθω |
| 17 | καὶ ὁ θέλων λαμβανέτω τὸ ὕδωρ | ὁ θέλων λαβέτω ὕδωρ |
| 18 | συμμαρτυροῦμαι γάρ | μαρτυρῶ ἐγώ |
| 18 | ἐπιτιθῇ πρὸς ταῦτα | ἐπιθῇ ἐπ' αὐτά |
| 18 | ἐπιθήσει ὁ θεὸς ἐπ' αὐτὸν τὰς πληγάς | ἐπιθήσαι ἐπ' αὐτὸν ὁ θεὸς τὰς ἑπτὰ πληγάς |
| 18, 19 | ἐν βιβλίῳ τούτῳ | ἐν τῷ βιβλίῳ τούτῳ |
| 19 | ἀφαιρῇ ἀπὸ τῶν λόγων βίβλου | ἀφέλῃ ἀπὸ τῶν λόγων τοῦ βιβλίου |
| 19 | βίβλου (τῆς) ζωῆς | τοῦ ξύλου τῆς ζωῆς |
| 19 | καὶ τῶν γεγραμμένων | τῶν γεγραμμένων |
| 21 | τοῦ κυρίου ἡμῶν Ἰησοῦ Χριστοῦ | τοῦ κυρίου Ἰησοῦ Χριστοῦ |
| 21 | μετὰ πάντων ὑμῶν. ἀμήν | μετὰ πάντων τῶν ἁγίων. ἀμήν |
In de Complutensis spreekt de Vulgaatkolom het Grieks tegen (Contestor enim, de libro vite, cum omnibus vobis): het Grieks is daar niet aan het Latijn aangepast. Erasmus noteert in 1527 bij deze verzen geen enkele variant (bij 22:3 doet hij dat wel (Alias κατάθεμα)). Volgens Andrew Brown (ASD VI-4) bleef de terugvertaling staan omdat de Aldina editie van het NT (1518) haar leek te bevestigen. Echter die editie... haalde haar Grieks bij Erasmus (cirkel).
Erasmus' vijf drukken volgens Reuss
Op de zes plaatsen uit hoofdstuk 22 die Reuss (1872) toetst, houdt Erasmus van 1516 tot 1535 dezelfde lezing, ook in 1527, toen hij de rest van de Apocalyps naar de Complutensis herzag.
| Nr. | Vers | Complutensis | Erasmus, druk I–V |
|---|---|---|---|
| 211 | 22:6 | τῶν πνευμάτων τῶν | τῶν ἁγίων |
| 212 | 22:11 | δικαιοσύνην ποιησάτω | δικαιωθήτω |
| 192 | 22:16 | ὁ πρωϊνός | καὶ ὀρθρινός |
| 213 | 22:17 | ἔρχου (bis) … ἐρχέσθω | ἐλθέ (bis) … ἐλθέτω |
| 193 | 22:19 | ἀπὸ τοῦ ξύλου | ἀπὸ βίβλου |
| 225 | 22:21 | μετὰ πάντων τῶν ἁγίων | μετὰ πάντων ὑμῶν |
- De herziening van 1527 houdt vóór het slot op. Van de twintig plaatsen die druk IV naar de Complutensis brengt, liggen er 18 in de Apocalyps; de laatste is 21:26. Reuss: de aanpassing betreft "vooral en bijna uitsluitend" de Apocalyps, "die Erasmus, zoals hij zich goed herinnerde, ooit naar een zeer foutief handschrift had uitgegeven".
- Erasmus had de Complutensis in 1527 dus voor zich en liet het terugvertaalde slot op deze zes plaatsen staan.
- Wat buiten Reuss' toets valt. Kleinere aanpassingen binnen het slot (τῆς ζωῆς in 1527, ἀφελεῖ, ἐὰν εἴ τις) zitten niet in zijn steekproef.
Estienne 1550: de juiste lezingen in de marge
Estienne had voor de Apocalyps twee getuigen: α (de Complutensis) en het 16de handschrift ιϛ. In 22:16–21 noteert hij bij de meeste Erasmiaanse plaatsen de juiste lezing in de marge, steeds met α en meestal ook ιϛ (die zijn op de belangrijke plaatsen gelijk), maar zijn hoofdtekst blijft die van Erasmus, met enkel de grammaticale correcties uit de eerste tabel.
- In de marge: ὁ πρωϊνός, ἔρχου (tweemaal), ἐρχέσθω, het weglaten van καί vóór ὁ θέλων, μαρτυρῶ ἐγώ, ἐπιθῇ ἐπ' αὐτά … ἐπιθήσαι, ἀφέλῃ, ἀφέλοι, τοῦ ξύλου, τῶν ἁγίων.
- Niet in de marge: λαβέτω ὕδωρ (v. 17), ἑπτά en ἐν τῷ βιβλίῳ (v. 18), τοῦ βιβλίου en het weglaten van καί vóór τῶν γεγραμμένων (v. 19), het ontbreken van ἡμῶν (v. 21).
- De lezer van 1550 had het gangbare Griekse slot dus grotendeels voor zich, maar als afwijking van de tekst, niet als tekst. De volledige marge van hoofdstuk 22, met sigla, staat op de pagina over de Polyglot.
Bronnen
- Facsimile Complutensis 1514; Erasmus 1516, 1519, 1527; Estienne 1546, p. 361 (BnF, Rés. A-6285 BIS); Estienne 1550, deel 2, pp. 201–202 (Gallica).
- Jan Krans, “Erasmus and the Text of Revelation 22:19”, TC: A Journal of Biblical Textual Criticism 16 (2011): tekst van 1516; τῆς ζωῆς toegevoegd in 1527.
- E. Reuss, Bibliotheca Novi Testamenti Graeci (Brunswijk 1872), pp. 16–39.
- Andrew Brown, ASD VI-4: aangehaald vanuit textus-receptus.com.



