1 Tim 3:16 in de Antwerpse Polyglot: θεός en ὅ(ς)
Inleiding
In 1 Tim 3:16 lezen alle vroege drukken θεὸς ἐφανερώθη ἐν σαρκί, en geen van hen grijpt daarbij in de tekst in. Anders dan bij het Comma Johanneum en het slot van Apocalyps 22 is hier niets uit het Latijn teruggevertaald of aangevuld. De verandering van ΟΣ in ΘΣ (θεός) had zich eeuwen eerder in de handschriften voltrokken.
Drie lezingen staan tegenover elkaar:
- ὅς (‘die’): de oudste Griekse getuigen, Codex Sinaiticus voorop; in A en C oorspronkelijk ook ΟΣ, later door een corrector tot ΘΣ (shorthand voor θεός) gemaakt.
- ὅ (‘dat’, onzijdig, congruerend met μυστήριον): D* en de Latijnse traditie, vandaar quod in de Vulgaat.
- θεός: de Byzantijnse meerderheid, en daarmee alle handschriften die de eerste uitgevers in handen hadden.
De spanning in de drukken ligt dus niet tussen drukker en handschrift, maar tussen het Griekse θεός en het Latijnse quod uit de Vulgata. De Antwerpse Polyglot is daarvoor een bijzonder leerzame plek. Op één bladzij-opening zie je drie versies naast elkaar: Grieks, Vulgaat, Syrisch (en een Latijnse vertaling van het Syrisch, die hier zeer instructief is).
De vroege drukken
Complutensis, Erasmus en Estienne lezen alle drie θεός, en dat is ook wat hun Byzantijnse handschriften hadden.
| Druk | Grieks | Latijn ernaast | Opmerking |
|---|---|---|---|
| Complutensis (NT gedrukt 1514) | θεὸς ἐφανερώθη | Vulgaat: quod manifestatum est | Geen kantnoot, anders dan bij 1 Joh 5:7. Via de koppelletters staat θεός recht tegenover quod. |
| Erasmus (1516–1535) | θεὸς ἐφανερώθη, in alle vijf edities | Eigen vertaling: Deus manifestatus est in carne | Handschriften 2815 en 2817 (Basel). In de Annotationes signaleert hij het Latijnse quod en Ambrosius. |
| Estienne (1546, 1549, 1550) | θεὸς ἐφανερώθη | — | In 1550 vermoedelijk geen variant in de marge; de Complutensis en zijn codices lazen allemaal θεός. |
De Antwerpse Polyglot, deel V (1571)
Op de opening met 1 Tim 3:16 lezen twee van de vier kolommen geen θεός: de Vulgaat en het Syrisch.
| Kolom | Tekst van vers 16 (begin) | Lezing |
|---|---|---|
| Grieks | καὶ ὁμολογουμένως μέγα ἐστὶ τὸ τῆς εὐσεβείας μυστήριον· θεὸς ἐφανερώθη ἐν σαρκί | θεός |
| Vulgaat | Et manifestè magnum est pietatis sacramentum, quod †manifestatum est in carne | quod (≈ ὅ) |
| Syrisch (Peshitta) | ܘܫܪܝܪܐܝܬ ܪܒ ܗܘ ܐܪܙܐ ܗܢܐ ܕܟܐܢܘܬܐ ܕܐܬܓܠܝ ܒܒܣܪ | relatief ܕ, geen ܐܠܗܐ |
| Syrisch in Hebreeuwse letters | וּשְׁרִירָאִית רַב הוּ אַרָזָא הָנָא דְכִאנוּתָא דְאִתְגְלִי בְבַסַר | idem |
| Latijnse vertaling van het Syrisch | Et certè magnum est hoc arcanum iustitiæ, quod Deus manifestatus sit in carne | Deus, romein gezet |
Het Syrisch. Er staat ܕܐܬܓܠܝ ܒܒܣܪ, ‘dat/die geopenbaard werd in het vlees’, zonder ܐܠܗܐ. Het mannelijke werkwoord congrueert met ܐܪܙܐ (‘mysterie’). Het Syrisch kan dus niet uitmaken of de grondtekst ὅς of ὅ las, maar θεός leest het in elk geval niet.
De vertaling van het Syrisch. De vertaler leest ܕ als voegwoord (quod … manifestatus sit, met conjunctief) en vult als onderwerp 'Deus' in, vanuit het Grieks. Hij laat dat zien: de hele vertaling staat cursief, alleen Deus staat romein. Daarmee markeert hij het als eigen toevoeging, dezelfde conventie als de cursieve woorden in de King James Version en de Statenvertaling (typografisch vice versa). Opvallend is ook arcanum iustitiæ voor ܐܪܙܐ ܕܟܐܢܘܬܐ, waar de Vulgaat pietatis sacramentum heeft.
Het interlineaire deel
In het Grieks-Latijnse interlineair staat Deus manifestatus est in carne boven θεὸς ἐφανερώθη ἐν σαρκί. De Vulgaatwoorden zijn naar de kantlijn verschoven: Sacramentum, quod manifestatum, iustificatum, apparuit, praedicatum, creditum, assumptum, naast het Griekse woord ἀναλαμβάνω.
Ook mysterium staat in de regel, met sacramentum in de marge. Het interlineair volgt het Grieks dus woord voor woord en laat de Vulgaat alleen als verwijzing staan.
Canter en de Latijnse varianten
Willem Canters variantenlijst geeft niets bij 1 Tim 3:16. De Griekse codices die hij gebruikte lazen eensgezind θεός. Of minder pretentieus en meer werkelijkheidsgetrouw: de lijst van varianten die Estienne in zijn 1550 Nieuwe Testament biedt in de marge is... leeg.
Ook in de afdeling waarin Latijnse varianten worden besproken en vergeleken met het Grieks en het Syrisch zeggen niets over de kwestie θεός tegenover ὅ(ς), wat hier dus wel had gemoeten volgens de eigen regels, want het Syrisch wijkt af.
Conclusie
De Polyglot drukt in het Grieks de Byzantijnse tekst met θεός en trekt het interlineair daar volledig naar toe. Toch bewaart deel V twee sporen van de oudere relatieflezing: de Vulgaat (quod, ≈ ὅ) en de Peshitta (ܕܐܬܓܠܝ). De vertaler van het Syrisch voegt Deus toe, maar markeert dat typografisch als zijn eigen toevoeging.
Dat is het tegenovergestelde van het Comma Johanneum. Daar verbergt de Complutensis een ingreep in het Grieks. Hier is de ingreep oud en handschriftelijk betuigd. De Polyglot laat in haar kolommen zien waar de lezingen uiteenlopen.