Hand 9:5–6 in de Antwerpse Polyglot: durum est tibi contra stimulum calcitrare
Het verschil
In het verhaal van Saulus’ bekering heeft de Vulgaat in Hand 9:5–6 een zin die in de Griekse handschriften op deze plaats ontbreekt: durum est tibi contra stimulum calcitrare. Et tremens ac stupens dixit: Domine, quid me vis facere? Et Dominus ad eum. De woorden komen elders in Handelingen voor (26:14; 22:10).
De Complutensis drukt het Grieks zonder deze zin. Erasmus nam haar in zijn Grieks op, vertaald uit het Latijn: σκληρόν σοι πρὸς κέντρα λακτίζειν. τρέμων τε καὶ θαμβῶν εἶπε, κύριε, τί με θέλεις ποιῆσαι; καὶ ὁ κύριος πρὸς αὐτόν. Via Estienne bleef de zin in de gedrukte Griekse tekst. Reuss neemt de plaats op in zijn lijst van toetsplaatsen (nr. 22, A e): de Complutensis laat weg, Erasmus voegt toe.
Deel V: de obelus
In deel V staat de zin in het Grieks. De Antwerpse tekst volgt hier dus niet de Complutensis maar de lijn Erasmus–Estienne. De passage is wel gemarkeerd met een kort liggend streepje, vermoedelijk een obelus. Het teken staat vóór σκληρόν en daarna vooraan op elke regel waarover de passage doorloopt: vóór τρέμων en vóór -σαι (het tweede deel van ποιῆσαι, na het afbreekstreepje op de vorige regel). Ze eindigt bij de apostrophe na αὐτόν. De passage is bovendien met witruimte afgebakend: voor σκληρόν en na πρὸς αὐτόν. Zo is precies het tekstdeel aangewezen dat de Complutensis mist.
De Syrische kolom
De Latijnse vertaling van het Syrisch heeft alleen het eerste deel van de zin als vers 5 Durum est tibi calcitrare ad stimulos. Dan volgt het antwoord van Paulus: Respondit ipse & ait: Quis es Domine mi? Het tremens ac stupens … quid me vis facere ontbreekt; vers 6 gaat na de zelfbekendmaking door met Sed surge, ingredere urbem.
Het interlineair
Ook het interlineair heeft de zin in het Grieks, maar zonder teken. De Latijnse regel volgt het Grieks; de formulering van de Vulgaat staat met verwijzingstekens in de marge, hetzelfde procedé als bij Lc 2:14 en 1 Tim 3:16.
| Regel (naar het Grieks) | Marge (Vulgaat) |
|---|---|
| Ait autem | Qui dixit |
| At Dominus dixit | Et ille |
| durum tibi | est |
| ad stimulos | contra stimulum |
| Tremensque | Et [tremens] |
| & pavens | ac stupens |
| dicetur | ibi [dicetur] |
Sed (voor ἀλλά) en in (voor εἰς) staan cursief en hebben geen tegenhanger in de Vulgaat (Surge, et ingredere civitatem).
Conclusie
Bij Hand 9:5–6 volgen beide Griekse teksten van de Antwerpse Polyglot Erasmus en Estienne, niet de Complutensis: de zin uit het Latijn staat erin. Deel V bakent haar af met een teken, het interlineair niet. Noch Canter (lijst met Griekse varianten in deel VIII) noch de Leuvense theologen (Lijst met Latijnse varianten in deel VIII) zeggen iets over deze tekst.
Bij Mt 6:13 markeerde deel V een plus van het Grieks tegenover de Vulgaat; hier markeert het een plus die het gedrukte Grieks met de Vulgaat deelt, en die de Complutensis mist (de Griekse Vorlage).