Apocalyps 22 in de Antwerpse Polyglot: Complutensis, Estiennes marge en Canter
De Antwerpse Polyglot (deel V, NT) drukt in Apocalyps 22 de Griekse tekst van de Complutensis af. Dat is sowieso de Vorlage. Uit de marge van Estienne 1550 komt een selectie in Canters variantenlijst terecht, echter nooit Estienne's hoofdtekst, terwijl die wel degelijk verschilt van de Complutensis. Erasmus' terugvertaling verschijnt daardoor nergens als variant (wat wetenschappelijk een juiste keuze is, want het is een vertaling, geen Griekse lectio). Er is één uitzondering: in de marge van het interlineaire deel verschijnt *βίβλου in de marge, ik vermoed een beslissing van Montano. Daarmee staat er dus een door-Erasmus-uit-het-Latijn-in-het-Grieks-vertaald-woord in de marge, dat in geen enkel (!) Grieks handschrift daar te vinden is. Allen lezen: ξύλου.
Wat Erasmus deed, hoe hij aan dat woord kwam, en hoe zijn tekst via Estienne de gangbare werd, staat op Het slot van de Apocalyps: wat Erasmus deed.
De tekst
Deel V (1571) en het interlineaire deel (1572, bewerkt door Arias Montano) hebben in hoofdstuk 22 op alle vergeleken plaatsen de lezing van de Complutensis (1514): ἐντεῦθεν καὶ ἐντεῦθεν (v. 2), κατάθεμα (3), φωτιεῖ (5), τῶν πνευμάτων τῶν προφητῶν (6), ἰδοὺ ἔρχομαι zonder καί (7), ῥυπαρευθήτω en δικαιοσύνην ποιησάτω (11), ἔξω οἱ κύνες zonder δέ (15), ὁ πρωϊνός (16), ἔρχου … ἐρχέσθω, ὁ θέλων λαβέτω (17), μαρτυρῶ ἐγώ, ἐπιθήσαι, +ἑπτά (18), ἀφέλῃ, ἀφέλοι, τοῦ ξύλου (19), τῶν ἁγίων (21). Geen enkele lezing van Erasmus staat in de tekst.
Estienne's marge bij Apocalyps 22
Estienne 1550 (deel 2, pp. 201–202) heeft bij dit hoofdstuk twintig marginale noten, gebaseerd op twee getuigen: α (de gedrukte Complutensis) en ιϛ (nr. 16, een handschrift uit de koninklijke bibliotheek dat waarschijnlijk verloren is gegaan, d.w.z. niet geïdentificeerd kan/kon worden). Achttien van de twintig varianten geven de lezing van de Polyglot (meestal maar niet altijd samen met nr. 16, ιϛ); Van de twee varianten die enkel in ιϛ staan, neemt Canter er een over (hij heeft die dus gezien). Vreemd genoeg zondigt hij hier tegen z'n eigen editie-principe. Degene die hij overneemt heeft eigenlijk inhoudelijk geen belang. Degene die hij niet overneemt is echt een andere lezing. Zie de tabel.
| Vers | Tekst Estienne 1550 | Marge | Sigla | Polyglot (= Complutensis) | Canter |
|---|---|---|---|---|---|
| 2 | ἐντεῦθεν καὶ ἐντεῦθεν | ἐκεῖθεν (het herhaalde woord) | ιϛ | nee: 2x ἐντεῦθεν | nee |
| 3 | κατανάθεμα | κατάθεμα | α ιϛ | ja | ja |
| 5 | φωτίζει | φωτιεῖ | α ιϛ | ja | nee |
| 6 | τῶν ἁγίων προφητῶν | τῶν πνευμάτων τῶν προφητῶν | α ιϛ | ja | ja |
| 7 | ἰδοὺ ἔρχομαι | καὶ ἰδού | ιϛ | nee: ἰδού | ja |
| 11 | ὁ ῥυπῶν ῥυπωσάτω | ὁ ῥυπαρὸς ῥυπαρευθήτω | α | ja | nee |
| 11 | δικαιωθήτω | δικαιοσύνην ποιησάτω | α ιϛ | ja | ja |
| 12 | καὶ ἰδού | καί weggelaten | α ιϛ | ja | nee |
| 15 | ἔξω δέ | δέ weggelaten | α ιϛ | ja | nee |
| 16 | καὶ ὀρθρινός | ὁ πρωϊνός | α ιϛ | ja | nee |
| 17 | Ἐλθέ (tweemaal) | ἔρχου | α ιϛ | ja | nee |
| 17 | ἐλθέτω | ἐρχέσθω | α ιϛ | ja | nee |
| 17 | καὶ ὁ θέλων | καί weggelaten | α ιϛ | ja | nee |
| 18 | Συμμαρτυροῦμαι γάρ | μαρτυρῶ ἐγώ | α ιϛ | ja | ja |
| 18 | ἐπιτιθῇ πρὸς ταῦτα, ἐπιθήσει | ἐπιθῇ ἐπ' αὐτά, ἐπιθήσαι | α | ja | alleen ἐπιθήσαι |
| 19 | ἀφαιρῇ | ἀφέλῃ | α ιϛ | ja | nee |
| 19 | ἀφαιρήσει | ἀφέλοι | α | ja | ja |
| 19 | βίβλου | τοῦ ξύλου | α ιϛ | nee (interlineair: *βίβλου in de marge) |
nee |
| 21 | πάντων ὑμῶν | τῶν ἁγίων | α ιϛ | ja | ja, als πάντων τῶν ἁγίων ὑμῶν |
- ἑπτά (v. 18) is een bijzondere lezing in vers 18 die enkel in de Polyglot staat. Ze is door Estienne niet opgenomen in de marge; Canter meldt die ook niet.
- Weglatingen markeert Estienne met een teken in de tekst en hetzelfde teken met het siglum (nummer) in de marge (v. 12, 15, 17).
Canters lijst
De Antwerpse Polyglot bevat in het apparaat een lijst van Griekse varianten, samengesteld door Willem Canter (1542–1575). Canter heeft niet echt gecollationeerd: hij heeft de varianten opgevist uit de marge van een gedrukt exemplaar. In zijn Ad lectorem zegt hij dat hij een Grieks exemplaar van de gangbare editie gebruikte, “dat onder meer ook met de Complutensische codex was vergeleken” (vulgatae editionis exemplari Graeco … quod etiam cum Complutensi codice inter alios fuerat collatum). Dat is dus Estienne 1550: α staat daar voor de Complutensis, naast de 15 andere doorgenummerde getuigen. Canter noemt de editie niet, maar ook bij mijn andere steekproef, Handelingen 16 staat alles wat hij geeft in Estiennes marge, inclusief een fout (ὑμῖν voor ἡμῖν in 16:39).
Daarbij liet hij naar eigen zeggen meestal drie soorten lezingen weg: wat precies hetzelfde betekent, wat louter drukfout is en wat louter glosse is (zie Canters praefatio en Ad lectorem).
Canters keuze
Canter neemt 8 van de 20 noten over, zonder sigla. Zeven daarvan zijn de tekst van de Polyglot zelf; één, καὶ ἰδού (v. 7), komt alleen voor in ιϛ en is dus meteen ook de enige echte variant op de Polyglot. De overige zeven zijn doublures. (het nonnumquam uit de ad lectorem wordt hier zo als een zwaar understatement ontmaskerd).
- Weglatingen neemt hij nooit over. De drie noten met het weglatingsteken (v. 12, 15, 17) ontbreken alle drie. Zijn lijst is daarop trouwens ook niet op voorzien (hij wil varianten laten zien, geen weglatingen. Zwak argument vind ik. Weglaten is ook variëren). Toevoegingen geeft hij wel (καί bij v. 7), hoewel dat eigenlijk niet zou hoeven, want is niet inhoudelijk betekenisvol. Dezelfde regel kan ook zijn zwijgen verklaren – zo u wenst – bij het Comma Johanneum, 1 Joh. 5:7-8, waar Estienne's marge twee nota's heeft: een weglatingsteken met zeven handschriften (δ, ε, ζ, θ, ι, ια, ιγ), en εἰς τό met α (Complutensis) als enige bron. Uitgebreid zie de pagina over het Comma Johanneum. Het weglatingsteken staat in de druk alleen om ἐν τῷ οὐρανῷ, maar is duidelijk bedoeld voor het hele Comma (ἐν τῷ οὐρανῷ … ἐν τῇ γῇ). Zes van de zeven handschriften konden worden geïdentificeerd en in de vijf die de tijd hebben overleefd, ontbreekt het comma geheel (zie de noot op de pagina over het Comma). εἰς τό is de Complutensische lezing, die de Polyglot al drukt. Canter's zwijgen hoeft geen bewuste keuze tegen het Comma te zijn: je kunt het ook verklaren door het format van zijn lijst.
- Woorden met dezelfde betekenis laat hij weg: ἐκεῖθεν, φωτιεῖ, ῥυπαρευθήτω, πρωϊνός, ἔρχου, ἐρχέσθω, ἀφέλῃ. Dat is zijn eerste criterium uit het Ad lectorem (quae idem prorsus valerent).
- Een verschil in modus houdt hij. Bij v. 19 laat hij ἀφέλῃ weg (synoniem van ἀφαιρῇ) maar iets verder geeft hij ἀφέλοι wel, de optatief tegenover het futurum ἀφαιρήσει; zo ook ἐπιθήσαι.
- Wat de zin verandert, neemt hij over κατάθεμα, τῶν πνευμάτων, δικαιοσύνην ποιησάτω, μαρτυρῶ ἐγώ, τῶν ἁγίων.
- Twee keuzes passen niet in het patroon.
- Hij neemt καὶ ἰδού (v. 7) op, hoewel dit inhoudelijk geen belang heeft,
- Hij laat ξύλου (v. 19) weg, inhoudelijk het zwaarste verschil. Het argument dat het al in deel V stond, geldt niet, want hij neemt alle andere marginale noten wel over, onafhankelijk van de verdubbeling. Voor ξύλου zou je kunnen zeggen dat een taakverdeling met Montano een verklaring: de plaats was al gemarkeerd in de interlineaire afdeling (zie hieronder).
- Het lemma bij vers 21 lijkt me een leesfout. Het nootcijfer staat bij Estienne tussen πάντων en ὑμῶν. En na ὑμῶν volgt een apostrophe. De bedoeling is dus een vervanging van ὑμῶν door τῶν ἁγίων (wat ook in de Complutensis, en in deel V staat). Wie τῶν ἁγίων daar invoegt in plaats van ὑμῶν te vervangen, krijgt πάντων τῶν ἁγίων ὑμῶν, een lezing die nergens bestaat.
De bevestigingszin uit het Ad lectorem
Canter voorziet dat een genoteerde variant in de Complutensische tekst zelf kan staan: id ad eum confirmandum valere, postquam ceteris lectionibus ea fuit praelata, prudens Lector intelliget. De lezer moet dat opvatten als bevestiging van die tekst, omdat die lezing boven de andere is verkozen.
- In Apocalyps 22 geldt dat voor zeven van de acht lemmata, niet "soms" (nonnunquam). Estiennes marge komt hier op de Complutensis neer, en de Polyglot drukt de Complutensis.
- De bevestiging is dubbel circulair. Bij ἐπιθήσαι en ἀφέλοι rust de noot enkel op α: de Complutensis bevestigt dan zichzelf, via Estienne. Alleen waar ιϛ meegaat, staat er een tweede getuige achter.
- Elders werkt de lijst wel als variantenlijst. Bij Handelingen 16 en 1 Johannes 5 bevat Estiennes marge handschriftlezingen (β, ϛ, δ, ε, ι, ια) die ook van de Polyglot afwijken, en daar geeft Canter dus echte varianten. De Apocalyps is het geval waar zijn procedure het duidelijkst op zichzelf terugvalt, omdat Estienne hier vrijwel alleen α en ιϛ had en Estienne's tekst bijzonder corrupt was (dankzij Erasmus).
De marge van het interlineaire deel
Het interlineaire deel (p. 191), bewerkt door Arias Montano (denk ik) staat ook één Griekse variant. In de Griekse tekst staat ἀπὸ τοῦ *ξύλου τῆς ζωῆς en in de marge geeft hij *βίβλου, zonder siglum, zonder toelichting.
De Latijnse marge geeft telkens de Vulgaatlezing die in de interlineaire woord-voor-woord vertaling is vervangen (daar cursief) of weggelaten:
| Vers | Interlineair Latijn | Marge (Vulgaat) | Grieks in de tekst | Grieks in de marge |
|---|---|---|---|---|
| 19 | abstulerit | diminuerit | ἀφέλῃ | |
| 19 | ligno | libro | *ξύλου | *βίβλου |
| 19 | scriptis | & de his quae scripta sunt | τῶν γεγραμμένων | |
| 20 | testans haec | qui testimonium perhibet istorum | ὁ μαρτυρῶν ταῦτα | |
| 21 | Domini Iesu | nostri | τοῦ κυρίου Ἰησοῦ | |
| 21 | sanctis | vobis | τῶν ἁγίων |
- De Latijnse marge is het eigenlijke apparaat van deze pagina. Zij registreert elke plaats waar het Complutensische Grieks van de Vulgaat afwijkt. Omdat Erasmus’ Grieks uit de Vulgaat is terugvertaald, vallen vier noten samen met zijn lezingen: libro (βίβλου), & de his (καὶ τῶν), nostri (ἡμῶν), vobis (ὑμῶν).
- Alleen bij libro staat het Grieks erbij. Bij vobis had ὑμῶν kunnen staan en staat het niet. Die Griekse noot lijkt mij een uitzondering, geen systeem (ik heb dat niet gecheckt);
- Mogelijke reden (interpretatie). libro tegenover ligno oogt als een Latijnse schrijffout, wat het wrsch. ook is. Rondom ligno staat immers 2x libro, dan is een overschrijffout snel gemaakt. Met βίβλου erbij lijkt dat verschil nu ook Grieks te zijn. De tendens om de Griekse teksten (LXX en NT) naar de Latijnse om te buigen is sterk. Maar βίβλου is en blijfrt Erasmus’ terugvertaling van datzelfde libro: Er is geen Griekse tekstgetuige die die overschrijffout ook heeft. De Griekse steun voor de Vulgaat is de Vulgaat zelf.
- Noot en lijst vullen elkaar aan. Boven de optatieven ἐπιθήσαι en ἀφέλοι blijft het futurum staan (apponet, auferet) zonder noot; juist die twee neemt Canter op. Bij ξύλου heeft Montano een noot, en Canter zwijgt.
Waarom niet Estiennes tekst zelf
De varianten die de lezer van de Polyglot hier nodig had, zijn Estiennes eigen tekstlezingen, dus Erasmus' tekst. Canter geeft ze nergens. Hij zegt niet waarom; vier dingen wijzen dezelfde kant op.
- Zijn eigen regel. In de praefatio sluit hij gedrukte edities uit: wie die verschillen wil, kan ze zelf verzamelen, quoniam editiones in manibus versantur; hij geeft alleen ea, quae de scriptis prolata sunt libris. Estiennes tekst was de editie die iedereen had. Zijn marge gold als handschriftelijk materiaal.
- De werkwijze van de editor van de tragici. Bij Aeschylus neemt hij ook een gekende tekst als startpunt om dan in noten te noteren wat afwijkt en waarom. Hier is de vulgata editio ook het referentiepunt. Zie Canter als editor: theorie en praktijk.
- Taakverdeling. Montano toont bij de tekst de rivaliserende lezing (*βίβλου), Canter levert alleen handschriftlezingen.
- Voorzichtigheid (speculatief). Erasmus stond op de Index van 1559, Estienne zat sinds 1551 in Genève; Canter noemt zijn exemplaar niet (certis de causis). En als hij wist dat Erasmus het slot uit het Latijn had aangevuld, waren ὀρθρινός, βίβλου en ὑμῶν voor hem geen lezingen in Graecis Bibliis.
Dit zou te testen zijn: Staat er ergens in Canters NT-lijst een lezing die niet in Estiennes marge staat? Indien ja, dan heeft hij ook nog zelfstandig werk geleverd. Indien niet (wat ik vermoed, hij zegt het met zoveel woorden in ad lectorem), dan heeft hij enkel die marge geschift, en volgt de uitsluiting van Estienne's tekst uit zijn opzet (1 en 2).
Wat nog kan nagekeken worden
- In het interlineaire deel de Griekse varianten met asterisk verzamelen (als ze er zijn) en nagaan of Canter ze ook dan weglaat (taakverdeling met Montano).
Bronnen
- Facsimile: Complutensis 1514, Apocalyps 21:27–22:21; Stephanus 1550, deel 2, pp. 201–202 (Gallica); Antwerpse Polyglot deel V, Apocalyps 22, en het interlineaire deel p. 191; Canters lijst met praefatio en Ad lectorem.






