Apocalyps 22 in de Antwerpse Polyglot: Complutensis, Estiennes marge en Canter

Stand van het onderzoek: 16 oktober 2026

De Antwerpse Polyglot (deel V, NT) drukt in Apocalyps 22 de Griekse tekst van de Complutensis af. Dat is sowieso de Vorlage. Uit de marge van Estienne 1550 komt een selectie in Canters variantenlijst terecht, echter nooit Estienne's hoofdtekst, terwijl die wel degelijk verschilt van de Complutensis. Erasmus' terugvertaling verschijnt daardoor nergens als variant (wat wetenschappelijk een juiste keuze is, want het is een vertaling, geen Griekse lectio). Er is één uitzondering: in de marge van het interlineaire deel  verschijnt *βίβλου in de marge, ik vermoed een beslissing van Montano. Daarmee staat er dus een door-Erasmus-uit-het-Latijn-in-het-Grieks-vertaald-woord in de marge, dat in geen enkel (!) Grieks handschrift daar te vinden is. Allen lezen: ξύλου.

Wat Erasmus deed, hoe hij aan dat woord kwam, en hoe zijn tekst via Estienne de gangbare werd, staat op Het slot van de Apocalyps: wat Erasmus deed.

De tekst

Deel V (1571) en het interlineaire deel (1572, bewerkt door Arias Montano) hebben in hoofdstuk 22 op alle vergeleken plaatsen de lezing van de Complutensis (1514): ἐντεῦθεν καὶ ἐντεῦθεν (v. 2), κατάθεμα (3), φωτιεῖ (5), τῶν πνευμάτων τῶν προφητῶν (6), ἰδοὺ ἔρχομαι zonder καί (7), ῥυπαρευθήτω en δικαιοσύνην ποιησάτω (11), ἔξω οἱ κύνες zonder δέ (15), ὁ πρωϊνός (16), ἔρχου … ἐρχέσθω, ὁ θέλων λαβέτω (17), μαρτυρῶ ἐγώ, ἐπιθήσαι, +ἑπτά (18), ἀφέλῃ, ἀφέλοι, τοῦ ξύλου (19), τῶν ἁγίων (21). Geen enkele lezing van Erasmus staat in de tekst.

Complutensis: Apocalyps 21:27-22:7
Complutensis (1514), Apocalyps 21:27–22:7.
Complutensis: Apocalyps 22:7-17
Apocalyps 22:7–17.
Complutensis: Apocalyps 22:17-21
Apocalyps 22:17–21.
Antwerpse Polyglot deel V: Apocalyps 22:1-16, Vulgaat en Grieks
Antwerpse Polyglot, deel V (1571): Apocalyps 22:1–16, Vulgaat links, Grieks rechts.
Antwerpse Polyglot deel V: Apocalyps 22:17-21, Grieks naast de Vulgaat
Deel V, p. 566: 22:17–21, de Complutensische tekst naast de ongewijzigde Vulgaat. Ook het opvallende  inhoudelijke verschil (hout-boom/boek) wordt niet gemarkeerd. Vulgaat rechts, Grieks links.

Estienne's marge bij Apocalyps 22

Estienne 1550 (deel 2, pp. 201–202) heeft bij dit hoofdstuk twintig marginale noten, gebaseerd op twee getuigen: α (de gedrukte Complutensis) en ιϛ (nr. 16, een handschrift uit de koninklijke bibliotheek dat waarschijnlijk verloren is gegaan, d.w.z. niet geïdentificeerd kan/kon worden). Achttien van de twintig varianten geven de lezing van de Polyglot (meestal maar niet altijd samen met nr. 16, ιϛ); Van de twee varianten die enkel in ιϛ staan, neemt Canter er een over (hij heeft die dus gezien). Vreemd genoeg zondigt hij hier tegen z'n eigen editie-principe. Degene die hij overneemt heeft eigenlijk inhoudelijk geen belang. Degene die hij niet overneemt is echt een andere lezing. Zie de tabel.

Stephanus 1550, deel 2, p. 201: Apocalyps 21:18-22:7 met varianten in de binnenmarge
Robert Estienne, Novum Testamentum (Parijs 1550), deel 2, p. 201: noten 1–4 en * bij 22:2–7, in de linkermarge.
Stephanus 1550, deel 2, p. 202: Apocalyps 22:8-21 met varianten in de buitenmarge
P. 202: noten 5–16 en de weglatingstekens bij 22:11–21, in de rechtermarge. Bron: gallica.bnf.fr / Bibliothèque nationale de France.
Vers Tekst Estienne 1550 Marge Sigla Polyglot (= Complutensis) Canter
2 ἐντεῦθεν καὶ ἐντεῦθεν ἐκεῖθεν (het herhaalde woord) ιϛ nee: 2x ἐντεῦθεν nee
3 κατανάθεμα κατάθεμα α ιϛ ja ja
5 φωτίζει φωτιεῖ α ιϛ ja nee
6 τῶν ἁγίων προφητῶν τῶν πνευμάτων τῶν προφητῶν α ιϛ ja ja
7 ἰδοὺ ἔρχομαι καὶ ἰδού ιϛ nee: ἰδού ja
11 ὁ ῥυπῶν ῥυπωσάτω ὁ ῥυπαρὸς ῥυπαρευθήτω α ja nee
11 δικαιωθήτω δικαιοσύνην ποιησάτω α ιϛ ja ja
12 καὶ ἰδού καί weggelaten α ιϛ ja nee
15 ἔξω δέ δέ weggelaten α ιϛ ja nee
16 καὶ ὀρθρινός ὁ πρωϊνός α ιϛ ja nee
17 Ἐλθέ (tweemaal) ἔρχου α ιϛ ja nee
17 ἐλθέτω ἐρχέσθω α ιϛ ja nee
17 καὶ ὁ θέλων καί weggelaten α ιϛ ja nee
18 Συμμαρτυροῦμαι γάρ μαρτυρῶ ἐγώ α ιϛ ja ja
18 ἐπιτιθῇ πρὸς ταῦτα, ἐπιθήσει ἐπιθῇ ἐπ' αὐτά, ἐπιθήσαι α ja alleen ἐπιθήσαι
19 ἀφαιρῇ ἀφέλῃ α ιϛ ja nee
19 ἀφαιρήσει ἀφέλοι α ja ja
19 βίβλου τοῦ ξύλου α ιϛ nee
(interlineair: *βίβλου in de marge)
nee
21 πάντων ὑμῶν τῶν ἁγίων α ιϛ ja ja, als πάντων τῶν ἁγίων ὑμῶν

Canters lijst

De Antwerpse Polyglot bevat in het apparaat een lijst van Griekse varianten, samengesteld door Willem Canter (1542–1575). Canter heeft niet echt gecollationeerd: hij heeft de varianten opgevist uit de marge van een gedrukt exemplaar. In zijn Ad lectorem zegt hij dat hij een Grieks exemplaar van de gangbare editie gebruikte, “dat onder meer ook met de Complutensische codex was vergeleken” (vulgatae editionis exemplari Graeco … quod etiam cum Complutensi codice inter alios fuerat collatum). Dat is dus Estienne 1550: α staat daar voor de Complutensis, naast de 15 andere doorgenummerde getuigen. Canter noemt de editie niet, maar ook bij mijn andere steekproef, Handelingen 16 staat alles wat hij geeft in Estiennes marge, inclusief een fout (ὑμῖν voor ἡμῖν in 16:39).

Daarbij liet hij naar eigen zeggen meestal drie soorten lezingen weg: wat precies hetzelfde betekent, wat louter drukfout is en wat louter glosse is (zie Canters praefatio en Ad lectorem).

Canters variantenlijst: het slot met de lezingen bij Apocalyps 22 en het begin van Ad lectorem
Canters lijst, slot: rechts de lezingen bij hoofdstuk 22 , daaronder het begin van Ad lectorem.

Canters keuze

Canter neemt 8 van de 20 noten over, zonder sigla. Zeven daarvan zijn de tekst van de Polyglot zelf; één, καὶ ἰδού (v. 7), komt alleen voor in ιϛ en is dus meteen ook de enige echte variant op de Polyglot. De overige zeven zijn doublures. (het nonnumquam uit de ad lectorem wordt hier zo als een zwaar understatement ontmaskerd).

De bevestigingszin uit het Ad lectorem

Canter voorziet dat een genoteerde variant in de Complutensische tekst zelf kan staan: id ad eum confirmandum valere, postquam ceteris lectionibus ea fuit praelata, prudens Lector intelliget. De lezer moet dat opvatten als bevestiging van die tekst, omdat die lezing boven de andere is verkozen.

De marge van het interlineaire deel

Het interlineaire deel (p. 191), bewerkt door Arias Montano (denk ik) staat ook één Griekse variant. In de Griekse tekst staat ἀπὸ τοῦ *ξύλου τῆς ζωῆς en in de marge geeft hij *βίβλου, zonder siglum, zonder toelichting.

Antwerpse Polyglot, interlineair deel: Apocalyps 21:25 tot 22:21
Antwerpse Polyglot, interlineair Nieuw Testament (1572), p. 191: Grieks met de woord-voor-woordvertaling van Arias Montano erboven.
Detail van het interlineaire deel: Apocalyps 22:18-21 met de marge
Detail van dezelfde pagina: in de marge libro met daaronder *βίβλου, en verder diminuerit, & de his quae scripta sunt, nostri, vobis. Allemaal Vulgaatlezingen (die Erasmus vergriekst heeft, en nu plots varianten lijken)

De Latijnse marge geeft telkens de Vulgaatlezing die in de interlineaire woord-voor-woord vertaling is vervangen (daar cursief) of weggelaten:

Vers Interlineair Latijn Marge (Vulgaat) Grieks in de tekst Grieks in de marge
19 abstulerit diminuerit ἀφέλῃ
19 ligno libro *ξύλου *βίβλου
19 scriptis & de his quae scripta sunt τῶν γεγραμμένων
20 testans haec qui testimonium perhibet istorum ὁ μαρτυρῶν ταῦτα
21 Domini Iesu nostri τοῦ κυρίου Ἰησοῦ
21 sanctis vobis τῶν ἁγίων

Waarom niet Estiennes tekst zelf

De varianten die de lezer van de Polyglot hier nodig had, zijn Estiennes eigen tekstlezingen, dus Erasmus' tekst. Canter geeft ze nergens. Hij zegt niet waarom; vier dingen wijzen dezelfde kant op.

  1. Zijn eigen regel. In de praefatio sluit hij gedrukte edities uit: wie die verschillen wil, kan ze zelf verzamelen, quoniam editiones in manibus versantur; hij geeft alleen ea, quae de scriptis prolata sunt libris. Estiennes tekst was de editie die iedereen had. Zijn marge gold als handschriftelijk materiaal.
  2. De werkwijze van de editor van de tragici. Bij Aeschylus neemt hij ook een gekende tekst als startpunt om dan in noten te noteren wat afwijkt en waarom. Hier is de vulgata editio ook het referentiepunt. Zie Canter als editor: theorie en praktijk.
  3. Taakverdeling. Montano toont bij de tekst de rivaliserende lezing (*βίβλου), Canter levert alleen handschriftlezingen.
  4. Voorzichtigheid (speculatief). Erasmus stond op de Index van 1559, Estienne zat sinds 1551 in Genève; Canter noemt zijn exemplaar niet (certis de causis). En als hij wist dat Erasmus het slot uit het Latijn had aangevuld, waren ὀρθρινός, βίβλου en ὑμῶν voor hem geen lezingen in Graecis Bibliis.

Dit zou te testen zijn: Staat er ergens in Canters NT-lijst een lezing die niet in Estiennes marge staat? Indien ja, dan heeft hij ook nog zelfstandig werk geleverd. Indien niet (wat ik vermoed, hij zegt het met zoveel woorden in ad lectorem), dan heeft hij enkel die marge geschift, en volgt de uitsluiting van Estienne's tekst uit zijn opzet (1 en 2).

Wat nog kan nagekeken worden

Bronnen