Kerstliedjes (achtergrond)

Home
Up
Liedboek dichters
Nieuwe Liedboek
Vluchtheuvelzangen
Veni Emmanuel
Wat is liturgie ?
Willem Barnard
Kerkliederen
Souterliedekens
psalmen - vogelvlucht
Boetepsalmen
Kerstliedjes

KERSTLIEDJES - oorsprong en achtergond van de bekendste nederlandse kerstliederen

Oh ja, hier ook nog links voor een kerstverhaal, achtergrond bij de Kerststal, een kerstmeditatie en het verhaal van de vierde wijze

 

INLEIDING

Vraag iemand om de eerste regel van ‘Komt allen tezamen’ te zingen, en u weet meteen of hij protestant of katholiek is. Zingt hij namelijk: ‘Komt allen tezamen, jubelend van vreugde’ is hij protestant. Zingt hij ‘Wij komen tezamen, onder ‘t sterrenblinken’, is hij roomskatholiek, zeker als hij ook nog eens met Adeste fideles en venite adoremus op de proppen komt. Dezelfde test kunt u uitvoeren met het laatste couplet van ‘Nu zijt wellekome’. Wijzen uit het Oosten (prot) – D’heilige drie Koon’gen (r.k.). Ook bij het universele ‘Stille Nacht’ gaan beide christelijke confessies na de ‘heilige nacht’ uiteen in: Davids Zoon, lang verwacht (prot) – Alles slaapt, sluimert zacht (r.k.).

Ook denken wij vaak dat veel kerstliedjes ‘oud’ zijn, en soms is dat juist, maar nog veel vaker misleiden wij onszelf, of laten wij ons misleiden. Veel van die kerstliederen verschijnen pas voor het eerst in druk in de 19de eeuw met de vermelding trad. (= traditioneel kerstlied), of Oud Vlaamsch Kerstlied. U moet echter niet verbaasd zijn, als ze niet veel ouder zijn dan de 18de eeuw, of zelfs gewoon 19de eeuws. Ik behandel hieronder enkele van de bekenste voorbeelden.

 

NU ZIJT WELLEKOME

Chr. Quix (1825) weet te melden hoe in de Münsterkirche te Aken in de 13de eeuw dit lied reeds gezongen werd: Nun siet uns willekomen, hero Kerst, zong men dan. Hoe hij aan die kennis komt en of dat lied iets te maken heeft met ons lied vermeldt hij niet. Dat laatste is niet onwaarschijnlijk, want wij weten dat het in de Middeleeuwen in onze contreien gebruikelijk was om tijdens de Kerstmis een welkomstgroet te brengen aan de nieuwgeboren Heer, inderdaad in bovenstaande trant of bijv. zo: Syt Wellecome, heere Christ / want ghy onser alder Heere bist (14de eeuwse toevoeging aan een 10de eeuws evangelieboek). Op grond van bijgeschreven muzieknoten kan een melodie van gregoriaanse kleur (wrsch. dorisch) worden gereconstrueerd die enkel in de verte lijkt op de ons bekende. Pas in de 16de eeuw duiken anonieme vier-stemmige zettingen op van een melodie, die ons echt bekend in de oren klinkt.

Luister hier naar die gregoriaanse versie (uitgevoerd door Vox Luminis):

 

In de Codex Smijers (16de eeuw) komt een mooie oude-Nederlandse versie van dit lied voor (4stemmig). In moderne notatie vindt u die hieronder als PDF (klik hier of op de afbeelding - bewaren als)

 Deze codex bevindt zich in het het Zwanenbroedershuis in 's-Hertogenbosch en werd vervaardigd voor de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap te 's-Hertogenbosch. De codex is gedigitaliseerd en via de website van het Brabants Historisch Informatiecentrum te bewonderen (www.bhic.nl) Daar zoeken naar 'codex Smijers' en dan folio 6v en 7r. De codex wordt gedateerd tussen 1529 en 1564. Als u daar toch bent: een andere vierstemmige versie van hetzelfde kerstlied staat op de twee bladzijden ervoor (5v en 6r). Hieronder 'onze versie' (folios 6v en 7r).

nuzijt_codexsmijers

 

In de moderne notatie is de melodie lichtjes aangepast om ook bij de ons bekende tekst te passen - met dank aan Maarten Hijzelendoorn die mij deze info verschafte. Uitvoeringstip: Lekker parallel zingen (heel zuiver!) en dan naar het einde toe de bewegingen...: niet zo moeilijk en prachtig voor de kerstmis, bij voorkeur a capella...

 

VOOR DE LIEFHEBBERS:

In het Leysenboeck der Catholycken uit 1605 is geen melodie genoteerd bij dit lied, het wordt bekend verondersteld. [hier de tekst].

In de Hymni ofte Loff-sangen (1615) het eerste officieel goedgekeurde maar nooit in gebruik genomen gezangboek van de Nederlandse Hervormde Kerk is de tekst gewijzigd en uitgebreid tot zeven coupletten. [hier de tekst en melodie, kunt u zelf vergelijken]

Tenslotte: Het lied zoals wij het kennen is qua tekst en melodie blijkbaar overgenomen uit Salomon Theodotus’ (schuilnaam van Aegidius Haeffacker) bundel met de mooie titel: Paradys der gheestelycke en kerckelycke lof-sangen (1621, ('s-Hertogenbosch). Eén couplet is in het Liedboek weggelaten (Christe Kyrieleison) en naast kleine tekstmoderniseringen heeft men de boven reeds genoemde wijziging van ‘de heilige drie koningen’ in ‘wijzen uit het Oosten’ uit de bundel van 1938 overgenomen. Gelukkig heeft men de laatste regel (was: Ontferm u Heer)  weer in z'n oorspronkelijke staat herstelt, nl. kyrieleis.  Dan snap je tenminste ook weer waarom men zo'n lied een leis noemt... Om de middeleeuwse sfeer ook in de spelling te proeven, ziehier een meer oorspronkelijke versie (ook in het Nieuwe Liedboek - 476):

Nu syt wellecome, Jesu lieven Heer,
Ghy komt van also hoghe, van also veer;
Nu syt wellecome van den hoghen hemel neer;
Hier al in dit aertrijck sijt ghij ghesien noijt meer.
Kyrieleis.

Christe Kyrieleison laet ons singhen blij,
Daermeed oock onse leysen beghinnen vrij;
Jezus is gheboren op den heyligen Kersnacht
Van een maghet reyne, die hoogh moet sijn gheacht.
Kyrieleis.

D'herders op den velde hoorden een nieu liedt,
Dat Jezus was gheboren, sij wisten 't niet:
"Gaet aen geender straten en ghij sult hem vinden klaer,
Bethlem is de stede daer 't is geschiet voorwaer.
Kyrieleis.

D'heylighe drie koon'ghen uyt soo verren landt,
Sij sochten onsen Heere met offerhandt
S'offerden ootmoedelyck myrh, wierook ende ghoudt,
Teeren van den kinde dat alle dinck behoudt.
Kyrieleis.
 

STILLE NACHT

Het meest bekende kerstlied aller tijden Stille Nacht, Heilige Nacht stamt uit 1818 en is geschreven door de Oostenrijkse kapelaan Joseph Mohr (reeds in 1816). Het verhaal gaat, dat het orgel in de Sankt-Nikolaus-Kirche (Oberndorf) vlak voor kerst was uitgevallen vanwege een lek in het dak / of muizen die de blaasbalgen hadden opgegeten / of... (in legendes zijn veel elementen inwisselbaar). Dus moest men zich wat behelpen. Gelukkig was er een kerkkoor en kon de onderwijzer-koster-organist (Franz Xavier Gruber) ook behoorlijk gitaar spelen. Op 24 december kreeg hij de tekst van Stille Nacht een kerstgedicht dat de kapelaan al twee jaar eerder geschreven had en zette zich aan het werk. Hij bedacht een twee-stemmige melodie voor tenor en bas. Het geheel kon eenvoudig begeleid worden met enkele gitaarakkoorden. Tijdens de nachtmis vond de première plaats. Gruber speelde gitaar en zong de bas, kapelaan Mohr nam de tenorpartij voor zijn rekening en het parochiekoor zong de herhaling van de slotregels van elk couplet. Het was meteen een succes.

De vraag blijft natuurlijk of het hele verhaal over het in panne gevallen orgel etc.. niet een legende is van de categorie: Si non è vero, è ben trovato. [vanaf hier vernieuwde versie, Kerst 2018, gebaseerd op recent Duits onderzoek te vinden in Liederkunde zum Evangelischen Gesangbuch - veel détails ook op de Duitse wikipedia]. Het liedje zelf roept eerder de sfeer op van een kerstspel, bijv. gezongen door twee kinderen bij de kerststal in de kerk. Luister eens naar deze versie door twee jongens gezongen (met Tiroler begeleiding).

 

Hoe het ook zij, het meest spectaculaire van dit lied is, dat dit eenvoudige dorpse liedje uit Tirol nu van Tokyo tot New York gezongen wordt. Daarover zo dadelijk meer. Het lied zelf had oorspronkelijke 6 coupletten, waarvan maar enkel couplet 1, 2 en 6 het hebben overleefd, niet toevallig de meest 'algemene' die zich richten op het kindje in de kribbe (beschouwend). De andere drie vertellen de christelijke boodschap rond dat kind (verkondigend). Zo ingekort is er weinig echt christelijks aan die wiegelied voor een holder Knabe im lockigem Haar.


De triomftocht van dit liedje begint in 1831 op de Kerstmarkt te Leipzig. Daar heeft de familie Strasser uit het Zillertal, een kraam met handschoenen, bedlinnen, naaigaren, ondergoed, bretellen, etc. Om klanten te trekken zingen ze ''echte Tiroler liedjes'. Ter gelegenheid van de Kerstmarkt voegen ze 'Stille nacht' aan hun repertoire toe. De organist van de katholieke kerk hoort ze en nodigt ze uit om in de Middernachtmis dit liedje ook ten gehoren te brengen. Het wordt 'the talk of the town'. Voor ze terugreizen naar Tirol brengen ze een versie tijdens de pauze van een concert in het Leipziger Gewandhaus (19 januari 1832). Zij hebben de christelijk-verkondigende strofen weggelaten, zodat het een idyllisch sfeerliedje is geworden, helemaal passend bij de beginnende Romantiek. In officiële kerkelijke gezangboeken wordt het niet opgenomen, wel vindt het z'n plaats in buiten-liturgische gezangboeken, waar het helemaal past bij de 'sfeerliederen' rond Weihnachten . Zo staat het bijv. in het Gezangboek voor de "Auslanddeutschen'. Ook verschijnt het in de liedboeken die de legeraalmoezeniers gebruiken om het 'moreel' van de troepen op peil te houden (zeker vanaf de de Frans-Duitse oorlog - 1870). Het roomse lied komt tenslotte ook in de 'Evangelische' bundels terecht - mede dankzij Johann Wichern van de 'Innere Mission en wordt met de Kerstboom langzaam maar zeker incontournable. Sinds WO I 'verwachten' kerkgangers gewoon dat dit lied in de Kerstmis gezongen wordt.
 

Zo'n rooms liedje in de traditie van het 'kindje-wiegen': Niets voor hollandse protestanten, ware het niet dat de heer J. IJserinkhuijsen rond 1900 vond dat zijn Evangelisch-Luthers zangkoor (hij was tenor) wat nieuws te zingen moest krijgen, dat zou aanslaan bij het volk. Hij schreef daarom een ‘Nederlands lied op de melodie van het Duitse “Stille Nacht, heilige Nacht”, waarvan de tekst op de eerste regel na weinig gemeen heeft met het Oostenrijkse origineel (wat niet wil zeggen, dat de kwaliteit veel beter is). Via de bundels van H.W.S., Woensel Kooy en Johannes de Heer werd het ook een protestantse klassieker. Incontournable bleek, toen het Liedboek voor de Kerken het niet wilde opnemen. Het moest en zou er in. De Gereformeerde Kerken dreigden er mee uit het project te stappen, omdat hun achterban het nooit zouden accepteren als het niet in het multi-kerkelijke Liedboek zou zijn opgenomen.

 

Voor de liefhebbers van vergelijkingen. Zing ze alle drie eens en kies...

 

Protestant (IJserinkhuisen)
Rooms-katholiek (NL) Vlaams

1 Stille nacht, heilige nacht.

Davids Zoon, lang verwacht,

Die miljoenen eens zaligen zal

wordt geboren in Bethlehems stal.

Hij, der schepselen Heer

Hij, der schepselen Heer.

 

1 Stille nacht, heilige nacht,

Alles slaapt, sluimert zacht.

Eenzaam waakt het hoogheilige paar,

Lieflijk Kindje met goud in het haar,

Sluimert in hemelse rust

Sluimert in hemelse rust.

1 Stille nacht, heilige nacht,

Slaap gerust, sluimer zacht,

Kindje, niets dat Uw rust nog verstoort;

Stil is alles, slaap rustig, maar voort,

D'eng'len houden de wacht,

Slaap dan rustig, slaap zacht.

 

2 Hulploos Kind, heilig Kind,

Dat zo trouw zondaars mint.

Ook voor mij hebt G'U rijkdom ontzegd,

wordt G'op stro en in doeken gelegd.

Leer m'U danken daarvoor

Leer m'U danken daarvoor.

 

2 Stille nacht, heilige nacht

Zoon van God, liefde lacht

Vriend'lijk om Uwe Godd'lijke mond,

Nu ons slaat de reddende stond,

Jezus van Uwe geboort',

Jezus van Uwe geboort'.

2 Stille nacht, heilige nacht

Davids Zoon, lang verwacht

wordt door d'herders begroet in de stal

Op de bergen klinkt vreugdegeschal:

Heil de Redder is daar!

Heil de Redder is daar!

3 Stille nacht, heilige nacht,

Vreed' en heil wordt gebracht,

aan een wereld, verloren in schuld.

Gods belofte wordt heerlijk vervuld.

Amen! Gode zij eer

Amen! Gode zij eer.

3 Stille nacht, heilige nacht,

Herders zien 't eerst Uw pracht;

Door der eng'len alleluja

Galmt het luide van verre en na:

Jezus de Redder ligt daar,

Jezus de Redder ligt daar.

3 Stille nacht, heilige nacht

't Godd'lijk Kind vreedzaam lacht

Liefde spreekt uit Zijn mondeke teer

Komt, knielt allen bij 't Kindeke neer

Schenk Hem allen uw hart

Schenk Hem allen uw hart

 

 

Interessant: Enkel in de rooms-katholieke versie is nog een spoor van de 'holder Knabe im lockigem Haar' (de latere 'Arische Jezus'). Dat beeld moet je overigens Joseph Mohr niet verwijten. Het was toen heel gewoon in Europa. Op de wikipediapagina bij dit lied kunt u bijv. een schilderij zien uit Mariapfarr (dat Joseph Mohr waarschijnlijk ook kende) waarop Jezus gewoon blond krulhaar heeft, datering ca. 1500.

 

 

MIDDEN IN DE WINTERNACHT

Dit lied lijkt heerlijk oud, en is sinds enkele decennia doorgedrongen tot de top 10 van Nederlandse kerstliederen. Toch is het veel jonger dan menigeen denkt. Het klink namelijk wel mooi ‘naïef’, deze rondedans van de zingende en spelende herders, zo archaïsch en arcadisch. Het werd echter pas in mei 1948 voor het eerst gepubliceerd in de bundel Tafelrede en andere gedichten door H.L. Prenen. Het is dan ook van zijn hand. Harry Prenen was dichter, schrijver en goede vriend van Godfried Bomans. De officiële titel luidde: Rondeau der herders. In december van hetzelfde jaar verscheen het – met een verbeterd refrein – met muziek. De ondertitel luidde nu: Catalaans Kerstlied. Nederlandse tekst H.L. Prenen. Begeleiding Jan Mul. (Wegens copyright-kwestie heb ik de tekst van dit lied van mijn website moeten verwijderen. Maar hier staat het ook...) En in het Liedboek 2013 (nr. 486).

De melodie is inderdaad oud en is vooral bekend van 17de -18de eeuwse orgelsuites met Noels van Daquin, Balbastre en Dandrieu. Het lied heet dan: Quand le sauveur Jésus Christ… of Bon Joseph, écoutez moi… Een Catalaans (of Spaans) origineel blijkt inderdaad te bestaan: El Desembre congelat, zij het dat Harry Prenen zich vrij ten opzichte van dit origineel beweegt (gelukkig, zou ik zeggen). De motieven van dit lied (herders, fluiten, trommels, dierenvrede, spontaan bloeiende natuur) getuigen in elk geval zowel van bijbelkennis als van enig gevoel voor laat-Middeleeuwse kerstbeleving. En zeg nou zelf: de voorstelling van spontaan in bloeien uitbarstende bomen midden in de winternacht etc. ‘heeft’ wel iets. Hoe beroemd dit lied is, en hoe geseculariseerd onze samenleving, blijkt uit deze versie, opgetekend uit de mond van een kleuter, die zong, vermeld bij Aarts en Van Etten (zie onder).

            Midden in de winternacht

            Ging de Hema open...

 

 

DE HERDERTJES LAGEN BIJ NACHTE

J.A. Alberdingk Thijm: KERSTLIED
 
De herdertjes lagen bij nachte,
Ze lagen bij nacht in ‘et veld;
Ze hielden vol trouwe de wachte;
Ze hadden de schaapjes geteld:
Daar horen zij de Engelen zingen
Hun liederen vloeiend en klaar;
De herders naar Bethlehem gingen:
‘t Liep tegen het Nieuwe Jaar.
 
Toen zij er te Bethlehem kwamen,
Daar schoten drie stralen door-een:
Een straal van omhoog zij vernamen;
Een straal uit het krebje beneên;
Toen vlamde er een straal uit hun ogen,
En viel op het Kindeke teer;
Zij stonden tot schreiens bewogen,
En knielden bij Jesus neer.
 
Maria die bloosde van weelde,
Van ootmoed en lieflijke vreugd;
De goede Sint Joseph, hij streelde
Het Kindje, der mensen geneucht.
De herders bevalen ter weiden
Hun schaapjes aan de Engelenschaar.
‘Wij kunnen van ‘t kribje niet scheiden,
Wij wachten het Nieuwe Jaar.
 
Och Kindje, och Kindje, dat heden,
In ‘t needrige stalletje kwaamt,
Ach, laat ons uw paden betreden:
Want Gij hebt de wereld beschaamd.
Gij komt om de wereld te winnen;
De machtigste Vijand te slaan:
De kracht uwer liefde van binnen
Kan wereld noch hel weerstaan.’ 

Ook dit populaire Nederlandse kerstlied wordt vaak ouder geschat dan het is. Het werd voor het eerst gepubliceerd door de gebroeders Alberdingk Thijm in hun bundel Oude en nieuwere kerstliederen (1852). Van dit lied vertelt Thijm, dat het met Kerstmis door arme kinderen te Utrecht langs de straten werd gezongen. Het zou een 'Katholieke kunstenares'  uit de volksmond zijn opgetekend, meldt hij in het voorwoord. Heel instructief is wat C.J. Aarts en M.C. van Etten in hun boekje over de oorsprong van dit kerstlied melden. Een bloemlezing:

  •  ‘Al is de tekst hier en daar ook wat ver-Thijmd, toch ligt over ‘t geheel (tekst en muziek) nog iets van dat kinderlijk-blije, iets wat het volk direct aanspreekt en blijft pakken.’  (E. Bruning, 1934)

  •  ‘Oud-Nederlandsch kerstlied uit de 17de eeuw, dat in de vorige eeuw door de arme kinderen te Utrecht langs de straat werd gezongen.’ (G. van Ravenzwaaij in Com nu met sang (1942) = citaat van de toelichting van J.Alberdingk Thijm (z.o.)

  •   ‘Zoals uit verschillende gebruikte woorden (“vernamen” in de tweede strofe en “bevalen” in de derde) blijkt, stamt het al uit de middeleeuwen.’ (Ed. van Eeden, 1992, NB. Dit is de 'analyse' van L. Verwilst, Rondom Kerstmis (1931), bl. 63.)

Vreemd is dat dit lied vóór 1852, het jaar waarin de gebroeders Alberdingk Thijm hun bloemlezing met kerstliedjes uitgaven, zo nergens wordt aangetroffen. Enkel in Geestelycke Kers- en Nieuwe Jaers Liedtjens uit Enkhuizen [ca. 1700], herdrukt begin 19e eeuw (!) staat een vers dat op het eerste lijkt: De herdertjes vermoeden / Aldaar zij lagen in 't veld, / De schaapjes die zij hoeden: / 't Was om te verdienen haar geld. / Zij hoorden Gods engelen zingen / Toen scheen er een licht zeer klaar / Naar Bethlehem was 't dat zij gingen, / Al in dat Nieuwe Jaar.

Michel van der Plas (biografie: Vader Thijm, 1995) vermoedt dat J.A. Alberdingk Thijm de eigenlijke schrijver is van de tekst, waarin hij zijn uiterste best heeft  gedaan om de ‘volkstoon’ te treffen. De 'katholieke kunstenares' die het optekende uit de mond der Utrechtse straatkinderen zou wel eens uit het rijk der fabelen kunnen komen en vooral ingevoerd zijn om een rookgordijn op te trekken rondom de de vrije bewerking en uitbreiding van het bepaald niet sterke Enkhuizer liedje. Met succes blijkbaar! De melodieën in de bloemlezing uit 1852 werden, voor zover ze niet te achterhalen waren, door broer Lambert gecomponeerd. Dat weten we dan ook weer.

 

N.B.: in couplet 3 staat wel degelijk dat de herders hun schaapjes aan de engelen ter weiden bevalen en niet: te weiden. ‘bevalen’ = verl. tijd van ‘aanbevelen’ en ‘ter weiden’ = op de weide.

 

ER IS EN ROOS ONTLOKEN

Oorspronkelijk een Duits Marialied:
De roos is in de (mystieke) Middeleeuwse poëzie een vast beeld voor Maria. Men versierde afbeeldingen met een kroon of bos van rozen (in middeleeuws Latijn 'rosarium'). Ter vervanging van het volledige psalmgebed kon men ook 150 Weesgegroetjes bidden. Om die te tellen gebruikte men kralen die per tiental aaneengeregen waren ofwel knopen die in een touw gelegd waren: de rozenkrans.
In de tekst van dit Kerstlied (voor-reformatorische oorsprong) wordt voortgeborduurd op de profetie van Jesaja, dat er een nieuwe loot uit de afgehouwen tronk van Isai (= vader van David; Jesse in de Latijnse vertaling) zal komen: in Joodse en Christelijke traditie gelezen als een Messiaanse profetie. 'Er zal een nieuwe loot opschieten uit de afgehouwen tronk van Iai, een scheut uit zijn wortels komt tot bloei' (in het Latijn van de Vulgata staat er in de tweede helft: een bloem: et egredietur virga de radice Iesse et flos de radice eius ascendet). De profetie wordt a.h.w. uitgebreid nnaar de moeder van de Messias, Maria. Het lied is subtiel: mooie klankherhalingen, en qua inhoud eigenlijk een 'raadsel' (couplet 1): Een roos bloeit in de winter. Wat is dat? Antwoord: Maria (couplet 2). Protestanten konden dit niet meteen meemaken, maar de blijkbaar niet alleen muzikaal inventieve Michael Praetorius kwam op het idee om deze roos te laten verwijzen naar Maria's kind. Door een regel te wijzigen in het tweede couplet werd de referent aangepast. Dan nog even de verwijzing naar Maria's ongeschonden maagdelijkheid verwijderen (copy/paste laatste regel van het eerste couplet) en ook protestanten konden het zingen zonder gewetensbezwaren. De vierstemmige zetting van Michael Praetorius heeft dit lied incontournable gemaakt. Hier hoort u het Calmus ensemble deze versie zingen:

Latere generaties - strengere protestanten - vonden de tekst toch niet zuiver op de graat en vervingen de woorden Ros en Röslein door de direct bijbelse woorden (uit Jesaja): Reis en Reislein. Tevergeefs: tegen een rode roos die bloeit in de winter kun je toch niet op! Hieronder de orginele Duitse versies, met daarnaast de respectieve Nederlandse versies. In de vertaling van mej. Woensel Kooij (1875-1934) die werd opgenomen in de Hervormde Gezangenbundel (1938) werd het lied zeer geliefd, ook in protestants Nederland: Een roze, frisch ontloken...(Het tweede couplet in deze bundel is van dhr. Schim van der Loeff (1837-1906), de auteur van het derde is onbekend). Let tenslotte op de ingenieuze manier waarop Jan Wit dit gemengde lied tot een nieuwe betekenis-, beeld-, en klankrijke eenheid heeft herschapen. -- click op de afbeelding voor een pagina met kopieerbare tekst

esisteinros_juxtapositie

PIJNLIJK historisch détail: Tijdens de nazi-tijd is een profane herdichting gemaakt (minder kerstkind, meer vruchtbare Duitse moeder) waarbij de verwijzing naar 'Jesse' (= Isai = vader van de Joodse koning David) in het eerste couplet werd gesupprimeerd: von Jesse kam die Art > von wundersamer Art. [Onderaan de pagina deze versie na de meest gezonden Duitse versie]

Partituur: http://imslp.org/wiki/Es ist ein Ros entsprungen (Praetorius, Michael)



Geraadpleegde bronnen: Compendium bij het Liedboek voor de Kerken (1977) en C.J. Aarts en M.C. van Etten, Komt allen tezamen, oude en nieuwe kerstliedjes in hun oorspronkelijke versie, 1999).

© Dick Wursten, Kerst 2003, herzien 2016/2018

 

 

De meest gezongen Duitse versie is van F. Layritz (1844), zeker het derde couplet is 'quasi standaard'.

 

1.Es ist ein Ros entsprungen

aus einer Wurzel zart,

Wie uns die Alten sungen,

von Jesse kam die Art,    

Und hat ein Blümlein bracht,

mitten im kalten Winter,

wohl zu der halben Nacht.

 

 2. Das Röslein, das ich meine,

davon Jesaias sagt,

Hat uns gebracht alleine Marie,

die reine Magd.    

Aus Gottes ewgem Rat

hat sie ein Kind geboren,

wohl zu der halben Nacht.

 

3. Das Röselein so kleine,

das duftet uns so süß,

Mit seinem hellen Scheine

vertreibts die Finsternis.    

Wahr Mensch und wahrer Gott;

hilft uns aus allem Leide,

rettet von Sünd und Tod.

 

4. Lob, Ehr sei Gott dem Vater,

dem Sohn und heilgen Geist!

Maria, Gottesmutter,

sei hoch gebenedeit!    

Der in der Krippen lag,

der wendet Gottes Zoren,

wandelt die Nacht in Tag.

 

5. O Jesu, bis zum Scheiden

aus diesem Jamerthal

Laß dein Hilf uns geleiten

hin in der Engel Saal,    

In deines Vaters Reich,

da wir dich ewig loben:

o Gott, uns das verleih!

 

 

De 'völkische' versie uit Hitler's tijd (1943).

(online te vinden in het Historisch-Kritisches Liederlexikon):

Es ist ein Ros' entsprungen
Aus einer Wurzel zart,
Wie uns die Alten sungen
Von wundersamer Art;
Und hat ein Blümlein bracht
Mitten im kalten Winter,
Wohl zu der halben Nacht.

Nun leuchtet's in den Herzen
Und aller Mütter Traum
Blüht leis' in lichten Kerzen,
Jung grünt des Lebens Baum.
Die liebe Weihnachtszeit
Sagt vom stets neuen Werden
Und Gottes Ewigkeit.

Will auch ein Jahr sich legen,
Dem nächsten reicht's die Hand;
Viel hundert Keime regen
Sich bald im weiten Land.
Viel tausend Kinderlein
Sind unsres Volkes Morgen,
Des laßt uns fröhlich sein!

 

 

 

 

 

 

 

 

This site was last updated
 February, 2019